Post Bachelor Inzetbaarheid

Duur:
5 dagen plus examen
Onder licentie van:
PE-Punten van:
    • Nieuwe opleiding gericht op het ontwikkelen van inzetbaarheidsbeleid
    • Erkende opleiding op postbachelorniveau, onder toezicht van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

    De wijze waarop naar verzuim wordt gekeken is in ontwikkeling. De nadruk verschuift van het aanpakken van verzuim naar het voorkomen van verzuim. Hoe zorgt een organisatie ervoor dat haar werknemers zich realiseren dat zij duurzaam inzetbaar moeten blijven? Hoe speelt een organisatie in op veranderende eisen aan werknemers? Hoe stel je daarvoor een adequaat en meetbaar beleid op? Dat leert u in de Post Bachelor Inzetbaarheid.

    De Post Bachelor Inzetbaarheid is een praktische opleiding waarin beleid en uitvoering centraal staan. In het beleidsmatige deel van de opleiding wordt ingegaan op theorieën en modellen, die inzetbaarheid of onderdelen van inzetbaarheid raken. Daarbij kiezen we voor twee invalshoeken: werkgever en werknemer. De werknemer is uiteindelijk verantwoordelijk voor zijn/haar inzetbaarheid, de werkgever biedt de ondersteuning die nodig is om de inzetbaarheid op peil te houden.

    In de lessen over de uitvoering staat de vertaling naar de praktijk centraal. Samen met Guido Welter (KOBA-DI tool), Maaike Thijssen (Corporate Vitality Experts) en Miranda Huijs (Motivate HR Consulting) kijken we naar best practises van bedrijven die al ver zijn met beleid voor duurzame inzetbaarheid. Verder wordt ingezoomd op de kosten en baten van inzetbaarheidsbeleid.

    In de Post Bachelor Inzetbaarheid leert u:
    • op individueel en organisatieniveau het belang van inzetbaarheid te bepalen;
    • kosten en baten van inzetbaarheid in kaart te brengen;
    • beleid voor inzetbaarheid te ontwikkelen;
    • draagvlak te creëren voor het inzetbaarheidsbeleid;
    • het inzetbaarheidsbeleid in te voeren, te monitoren en zo nodig aan te passen;
    • van medewerkers betrokkenheid en medewerking aan activiteiten rond inzetbaarheid te krijgen;
    • de effecten van het beleid te meten.

    U sluit de opleiding af met de presentatie van een paper, waarin u een organisatie advies geeft over de wijze waarop met inzetbaarheid kan worden omgegaan. Bij een voldoende resultaat ontvangt u een officieel diploma van de HAN*.

    Voor wie

    Deze opleiding is bedoeld voor mensen werkzaam in het werkveld van verzuim, arbeidsongeschiktheid en re-integratie.

    *De accreditatie-aanvraag voor deze opleiding is in behandeling

     

  • Dag 1. Wettelijk kader en speelveld

    Schets wettelijk kader en beleidsuitgangspunten overheid (dagdeel)
    Voor we beginnen met het opstellen van beleid is het belangrijk in kaart te brengen met welke verplichtingen en instanties we rekening moeten houden. Denk aan verplichtingen in het Burgerlijk Wetboek en andere wetten, acties door de overheid, cao-verplichtingen en branche-activiteiten.

    Introductie van het speelveld (dagdeel)
    Inzetbaarheidsbeleid raakt de organisatie en daarom is het goed in kaart te brengen welke partijen geraakt kunnen worden en betrokken moeten worden. Denk aan aandeelhouders, OR, vakbonden, HR, directie en werknemers. Door na te denken over ieders belangen en wat daarin gemeenschappelijk is, komt er ook een mogelijkheid om samen te werken.

    Dag 2. Het theoretisch kader rond inzetbaarheid

    Een voorwaarde voor duurzame inzetbaarheid is ervoor te zorgen dat iedere werknemer op de juiste plek zit: de persoon-werk-fit moet goed zijn. Als een werkgever iemand aanneemt zal dat in eerste instantie het geval zijn. Maar naarmate iemand langer in dienst, kan er van alles veranderen: in het werk zelf, aan de kant van de werkgever en aan de kant van de werknemer. Er kan sprake zijn van kwalificatieveroudering en motivatieveroudering. Deze dag bespreken we verschillende modellen en invalshoeken:

    • Kwalificatieveroudering: technisch, economisch en perspectivistisch
    • Modellen rond gezondheid, fitheid en veiligheid
    • Modellen rond gezond werken
    • Modellen rond motivatie en bevlogenheid

    Dag 3. De factor mens en de factor organisatie en management

    De factor mens (dagdeel)
    Bij duurzame inzetbaarheid speelt de werknemer een hoofdrol. Zij lijken ook vaak het slachtoffer: ze moeten van alles met hun fitheid en competenties. En ze moeten dat dan ook nog leuk vinden. De werkgever is de ‘eisende partij’. In de ideale situatie is er een wisselwerking tussen werkgever en werknemer, waarbij ze hun verwachtingen over werk, carrière en mogelijkheden delen en willen mensen zelf graag inzetbaar blijven. In dit dagdeel gaan we onder meer in op zaken als vitaliteit en gezond werken en hoe je dat kunt meten met bijvoorbeeld de Work Ability Index.

    De factor Organisatie en management (dagdeel)
    Bij inzetbaarheidsbeleid zijn drie vragen belangrijk:
    1. Zijn de werknemers lichamelijk en geestelijk nog in staat om het werk te doen?
    2. Hebben de werknemers nog de vaardigheden om het werk te doen?
    3. Zijn de werknemers nog gemotiveerd om het werk te doen?

    Een belangrijke factor is daarbij aandacht vanuit het management. Belangstelling voor het wel en wee van mensen moet in de cultuur van de organisatie zetten. Aan deze aspecten besteden we dit dagdeel aandacht. Daarbij komen ook meetinstrumenten aan bod, zoals werknemersbelevingsonderzoeken.

    Dag 4. Kosten en baten rond inzetbaarheid

    Investeringen in duurzame inzetbaarheid inzichtelijk maken is essentieel. Wat levert aandacht voor bijvoorbeeld werkdruk, stress, fysieke gezondheid of de combinatie werk en privé de organisatie op? Met de kosten-baten tool duurzame inzetbaarheid (kobadi-tool) van TNO/NDPI kunt u snel en wetenschappelijk onderbouwd, inzichtelijk maken wat het verlies aan productiviteit is door de huidige gang van zaken en wat bepaalde investeringen in duurzame inzetbaarheid kan opleveren. Op deze dag krijgt u uitleg over de tool en gaat u hiermee oefenen.

    Dag 5. Praktische invulling van beleid rond inzetbaarheid

    Uit onderzoek blijkt dat duurzame inzetbaarheid bij zes op de tien organisaties op de agenda staat. Er wordt dus al door redelijk wat bedrijven gewerkt aan duurzame inzetbaarheid. Hoe hebben zij dat aangepakt? Wat zijn hun ervaringen en leerpunten? Dat laten we u graag zien.
    Ook gaan we deze dag in op de paper die u gaat maken en wat we daarbij van u verwachten.

    Examen

    Voor uw afstuderen schrijft u een paper voor uw organisatie. Uitgangspunt is een organisatieanalyse, waarbij u het beleid rond inzetbaarheid tegen het licht houdt. Op basis van deze analyse geeft u een advies aan de organisatie over de wijze waarop met inzetbaarheid kan worden omgegaan. Op de examendag presenteert en verdedigt u uw paper bij een toetsingscommissie. Op basis van de inhoud van de paper en de toelichting/verdediging wordt een cijfer toegekend.

     

  • Na het volgen van de opleiding bent u in staat om:

    • Inzetbaarheid te definiëren en uit te leggen
    • Inzetbaarheid als aandachtspunt voor organisatie en medewerkers te beschrijven
    • Op individueel en organisatieniveau het belang van inzetbaarheid te bepalen
    • Kosten en baten van inzetbaarheid in kaart te brengen
    • Binnen een organisatie beleid ten aanzien van inzetbaarheid te ontwikkelen
    • Binnen een organisatie draagvlak te creëren voor beleid ten aanzien van inzetbaarheid
    • Binnen een organisatie beleid ten aanzien van inzetbaarheid in te voeren
    • Binnen een organisatie beleid ten aanzien van inzetbaarheid te monitoren, en zo nodig bij te stellen, zodat wordt aangesloten op relevante ontwikkelingen
    • Binnen een organisatie in kaart te brengen hoe de huidige stand van zaken ten aanzien van inzetbaarheid is, zodat een ijkpunt kan worden genoemd
    • Binnen een organisatie de effecten van beleid ten aanzien van inzetbaarheid te meten
    • Bij medewerkers het belang van inzetbaarheid uit te leggen door de financiële consequenties van verminderde inzetbaarheid te schetsen
    • Van medewerkers betrokkenheid en medewerking aan activiteiten rond inzetbaarheid te krijgen
    • Binnen de organisatie een veranderingsproces rond inzetbaarheid op gang te krijgen

  • Er zijn voor deze opleidingen momenteel geen planningen. U kunt zich daarom ook niet inschrijven.
  • CS Opleidingen is erkend en geregistreerd door het CRKBO. U heeft voor de factuur van de opleiding de keuze tussen een prijs ‘exclusief btw’ en een prijs ‘vrij van btw’. De prijs is ‘exclusief btw’ als uw organisatie btw terug kan vorderen van de Belastingdienst. De prijs is ‘vrij van btw’ als uw organisatie geen btw terug kan vorderen. Ook als u de opleiding privé betaalt, kunt u kiezen voor ‘vrij van btw’. De examens zijn altijd exclusief btw.

    Prijs Post Bachelor Inzetbaarheid: € 1.750 ex btw of € 1.795 vrij van btw

    Deze prijs is inclusief lesmateriaal, catering, studentenabonnement VeReFi, studentenlidmaatschap RSC en accreditatie door de HAN.

    Prijs examen via Cylin Exameninstituut Sociale Zekerheid: € 495 ex btw

    Deze prijs is inclusief het vooraf beoordelen van de paper, de presentatie van de paper voor twee beoordelaars en het diploma van de HAN.
    Let op: Cylin is een onafhankelijk exameninstituut, waardoor de kwaliteit van het examen is geborgd. U ontvangt voor het examen dan ook een aparte factuur van Cylin.

    Betaalt u de opleiding zelf?

    Als u de opleiding privé betaalt, kunt u het beste kiezen voor ‘vrij van btw’. Het lesgeld is dan dus € 1.795. Het examen kan niet vrij van btw aangeboden worden. Hiervoor geldt het tarief van 21% btw. Het bedrag voor het examen inclusief btw is dus € 598,95. De totaalprijs voor opleiding en examen is dan € 2.393,95.
    Studiekosten voor een toekomstig beroep zijn voor de inkomstenbelasting aftrekbaar, vanaf een drempel van € 250. Onder studiekosten vallen zowel het lesgeld als het examengeld. De hoogte van de teruggave is afhankelijk van het tarief inkomstenbelasting waartegen het inkomen belast is en bedraagt minimaal 36,55% en maximaal 52%.

Deel op social media: