Miljoenennota 2021 en de begroting van het ministerie van SZW

Dinsdagmiddag 15 september werd de Miljoenennota door minister Hoekstra van Financiën aangeboden aan de Tweede Kamer. We lichten de belangrijkste punten uit en kijken naar de beleidswijzigingen in de begroting van SZW.

De coronacrisis heeft grote gevolgen voor de schatkist. Vorig jaar op Prinsjesdag rekende het kabinet nog op een overschot van 3,4 miljard euro voor 2020. In de laatste prognoses loopt het tekort op tot 68 miljard en in 2021 ook nog tot bijna 44 miljard euro. Dit komt met name door de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) en de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW). Ook de Participatiewetuitkeringen stijgen tot en met 2022 als gevolg van de coronacrisis.

Het kabinet heeft de NOW en Tozo verlengd tot 1 juli 2021, zodat werkgelegenheid en bedrijvigheid zoveel mogelijk behouden blijven. Naast het verlengen van de overbruggingsmaatregelen treft het kabinet een omvangrijk sociaal pakket met aanvullende maatregelen. Onderdelen van het pakket zijn een goede begeleiding van werk(loosheid) naar werk, bij- en omscholing, de aanpak van jeugdwerkloosheid en de bestrijding van armoede en schulden.

Stijgende werkloosheid

Het CPB verwacht de komende jaren een forse stijging van de werkloosheid. De sterkste toename van het aantal WW-uitkeringen vindt dit jaar plaats: van 223.000 uitkeringen ultimo 2019 naar 340.000 eind 2020. In 2021 neemt het aantal uitkeringen verder toe naar 415.000. Deze toename is wel beperkter. Dit komt met name door de fors hogere uitstroom. Dit zijn bijvoorbeeld mensen die in 2020 zijn ingestroomd, en in 2021 uitstromen omdat de maximale duur van hun WW-recht is verstreken of omdat ze nieuw werk hebben gevonden.

Een deel van de oudere werklozen stroomt na het einde van hun WW-uitkering de IOW in. Hierdoor stijgen de IOW-uitkeringslasten fors de komende jaren. Daarnaast groeien de IOW-uitkeringslasten de komende jaren doordat ouderen steeds langer IOW kunnen ontvangen vanwege de oplopende pensioenleeftijd. De stijging van de uitgaven in 2021 is vooral het gevolg van het extra Scholingsbudget WW, hetgeen onderdeel is van het door het kabinet aangekondigde Steun- en herstelpakket.

Werk moet lonen

Het kabinet biedt alle werkenden een belastingvoordeel: de arbeidskorting stijgt volgend jaar al naar het niveau dat eigenlijk voor 2022 gepland stond. Dat past in het kabinetsstreven om flexwerk minder aantrekkelijk te maken en vast werk juist voordeliger. Het laagste tarief van de inkomstenbelasting, over het inkomen tot 68.507 euro, daalt volgend jaar van 37,1 naar 36,9 procent.

Beleidswijzigingen 2021 uit de begroting SZW

Interessant voor ons vakgebied is de begroting van SZW voor 2021. Welke beleidswijzigingen staan ons te wachten?

Gelijke behandeling van werkenden

Het kabinet heeft afgelopen jaren belangrijke stappen gezet om de verschillen in de behandeling van vast en flexwerk op de arbeidsmarkt te verkleinen. Denk aan de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) en de premiedifferentiatie in de WW. Ook is voor zelfstandigen zonder personeel in het pensioenakkoord een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) opgenomen. Het kabinet streeft ernaar om begin 2021 een uitgewerkt voorstel AOV ZZP naar de Tweede Kamer te sturen. Verder heeft het kabinet besloten om de zelfstandigenaftrek met ingang van 2021 versneld af te bouwen.

Streven naar een nieuwe balans op de arbeidsmarkt

Volgens de Commissie regulering van werk onder leiding van Borstlap, worden in huidige stelsel duurzame arbeidsrelaties te veel ontmoedigd, externe flexibiliteit te veel gestimuleerd en is het stelsel van contractvormen onoverzichtelijk en moeilijk te handhaven. Ook zouden werkenden zich beter en sneller moeten kunnen aanpassen aan veranderingen in de economie en kan het socialezekerheidsstelsel nog pro-actiever worden ingezet om mensen aan het werk te krijgen.

De arbeidsmarkt van de toekomst zou volgens de commissie daarom gestoeld moeten zijn op de uitgangspunten ‘wendbaarheid’, ‘duidelijkheid’, ‘weerbaarheid’ en ‘wederkerigheid’. De situatie op de arbeidsmarkt als gevolg van corona onderstreept deze analyse. Kwetsbare mensen worden het hardst geraakt en verschillen tussen werkenden zijn groot. De bevindingen van de commissie sterken het kabinet dan ook in het streven naar een nieuwe balans op de arbeidsmarkt. Er zullen meer maatregelen nodig zijn om de arbeidsmarkt toekomstbestendig te maken.

Een leven lang ontwikkelen

Het kabinet blijft dan ook inzetten op een Leven Lang Ontwikkelen. Ontwikkeling tijdens de loopbaan is van groot belang om ervoor te zorgen dat mensen inzetbaar blijven op een veranderende arbeidsmarkt. Door te blijven ontwikkelen in werk en zo nodig bij- of om- te scholen blijven vaardigheden up-to-date en kan werkloosheid worden voorkomen. Het kabinet streeft er daarom naar dat het vanzelfsprekend wordt te investeren in de ontwikkeling van mensen tijdens de hele loopbaan.

Naast de scholingsmaatregelen die voortkomen uit het steun- en herstelpakket werkt het kabinet  aan de invoering van de STAP-regeling (Stimulans Arbeidsmarktpositie). Deze regeling vervangt de huidige fiscale aftrek voor scholing.

Nieuw pensioenstelsel en duurzame inzetbaarheid

Ook geeft de memorie van toelichting bij de begroting aan dat we moeten komen tot een duurzaam houdbaar pensioenstelsel. Daarvoor gaat het kabinet in 2021 de vernieuwing van het aanvullend pensioenstelsel uitwerken in wetgeving. Het kabinet streeft ernaar deze wetgeving op 1 januari 2022 in werking te laten treden.

Ook zijn er afspraken over een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd en duurzame inzetbaarheid. Doel is dat mensen hun AOW-leeftijd gezond werkend kunnen bereiken; ook degenen die zwaar werk verrichten. Het kabinet stelt daarom € 1 miljard beschikbaar in de periode 2021 tot en met 2024 voor het faciliteren van sectorale maatwerkafspraken rondom duurzame inzetbaarheid, langer doorwerken en eerder uittreden. Ook is in 2021 € 10 miljoen beschikbaar als bijdrage aan beleid gericht op gezond werken tot het pensioen.

RVU, verlofsparen en bedrag ineens

RVU staat voor regeling vervroegde uittreding. In 2020 is het wetsvoorstel ‘RVU, verlofsparen en bedrag ineens’ ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel regelt een tijdelijke vrijstelling van de RVU-heffing (tot een bepaald bedrag) waardoor vervroegde uittreding mogelijk wordt gemaakt voor werknemers die niet in staat zijn werkend de AOW-leeftijd te bereiken. Daarnaast wordt de mogelijkheid geïntroduceerd om op de pensioeningangsdatum een deel van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen als bedrag ineens op te nemen.

Tot slot wordt de bestaande regeling waarbij werknemers fiscaal gefaciliteerd vakantieverlof en compensatieverlof kunnen opsparen verruimd. De beoogde inwerkingtredingsdatum voor de versoepeling van de RVU-heffing en verlofsparen is 1 januari 2021. Voor het opnemen van aanspraken op ouderdomspensioen als bedrag ineens is de beoogde datum 1 januari 2022.

Wet betaald ouderschapsverlof: 9 weken voor beide ouders

Het kabinet wil ouders ontzorgen en tegelijk investeren in de ontwikkeling van kinderen. Per 1 januari 2019 was het verlof voor partners al uitgebreid naar 5 dagen direct na de geboorte. Met de Wet Invoering Extra Geboorteverlof per 1 juli 2020 kwamen daar 5 weken in het eerste half jaar bij. Nu neemt het kabinet een derde stap met de invoering van 9 weken deels betaald ouderschapsverlof.

Het doel van deze uitbreiding is om beide partners de kans te geven om tijd met hun kind door te brengen in het eerste jaar na de geboorte. Daarnaast kan het verlof zorgen voor een gelijkere verdeling van werk- en zorgtaken tussen ouders. In deze 9 weken hebben ouders recht op een uitkering tot 50% van het maximum dagloon. De maatregel zal per augustus 2022 ingaan.

Arbovisie 2040

Werk mag niet leiden tot gezondheidsschade. Goede arbeidsomstandigheden zijn daarbij essentieel. Het kabinet werkt daarom aan een Arbovisie 2040, waarvan momenteel de beleidsvoorbereiding in samenwerking met het veld in volle gang is. De Tweede Kamer zal hierover een hoofdlijnennotitie ontvangen en daarnaast zal advies worden gevraagd aan de sociale partners in de SER.

Beroepsziekten en gevaarlijke stoffen

In 2021 zal verder gewerkt worden aan de uitwerking van de reactie van het kabinet op het rapport van de commissie Heerts om het proces van schadeafhandeling bij beroepsziekten te verbeteren. Er wordt in dat kader onder meer gewerkt aan een tegemoetkomingsregeling voor werkenden die een ernstige beroepsziekte hebben opgelopen door blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Ook in Europees verband zetten we in op grenswaarden voor gevaarlijke stoffen.

In 2021 wordt verder gewerkt aan de maatschappelijke beweging aanpak burn-out, waarbij ook de hernieuwde aandacht voor thuiswerken en de consequenties daarvan voor de vitaliteit en het welbevinden van werkenden worden betrokken.

Vanuit het Meerjarenprogramma Risico- Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) zullen bedrijven worden ondersteund bij het opstellen en naleven van de RIE om de naleving van deze verplichting te verbeteren. Aparte aandacht komt er voor de ruim 400.000 in Nederland werkzame arbeidsmigranten. Zij hebben net als alle andere werkenden recht op een eerlijk loon en gezonde en veilige werkomstandigheden. Ook dient er goede huisvesting voor hen te zijn. De Inspectie SZW heeft extra capaciteit om eventuele misstanden bij malafide uitzendorganisaties aan te pakken.

WIA-criterium voor werknemers met loonkostensubsidie

UWV en SZW zijn in gesprek over de criteria om in aanmerking te komen voor een WIA-uitkering voor werknemers die met loonkostensubsidie werken in de Participatiewet en vervolgens ziek worden. Voor deze groep geldt namelijk dat zij volgens de WIA-criteria altijd volledig arbeidsongeschikt zijn, omdat er getoetst wordt of zij functies kunnen vervullen tegen minimaal het minimumloon. Dat is per definitie niet het geval, waardoor de uitkomst van de WIA-beoordeling (volledig arbeidsongeschikt) geen recht doet aan hun feitelijke mogelijkheden om te participeren.

In de tweede helft van 2020 zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd over het vervolg. Een aanpassing in de criteria zal op zijn vroegst plaats kunnen vinden per 1 januari 2022, een jaar later dan gemeld in de begroting van 2020.

Maatregelen loondoorbetaling bij ziekte

Met het wetsvoorstel ‘RIV-toets UWV door arbeidsdeskundigen’ wordt geregeld dat in 2021 het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer leidend wordt bij de RIV-toets door UWV. De RIV-toets zal in 2021 volledig uitgevoerd worden door arbeidsdeskundigen van UWV. Als werkgever en werknemer de re-integratie-inspanningen hebben gepleegd die passend zijn bij het medisch advies van de bedrijfsarts, kan een RIV-toets niet meer leiden tot een sanctie. Hiermee wordt onzekerheid voorkomen over het te voeren re-integratietraject voor werkgever en werknemer.

Scholingsexperiment voor WGA-gerechtigden

Conform het regeerakkoord is het scholingsexperiment voor WGA-gerechtigden in verdere voorbereiding. Doel van het scholingsexperiment is in de praktijk beproeven in hoeverre gerichte scholing WGA-gerechtigden dichter bij de arbeidsmarkt brengt en hun werkhervattingskansen vergroot.

Stijging lasten Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)

In 2021 stijgen de WIA-uitkeringslasten (inclusief de lasten voor eigenrisicodragers) met circa € 400 miljoen. De WIA is een nog ingroeiende regeling die nog niet het structurele niveau heeft bereikt. Naarmate het WIA-bestand meer ingroeit zal er ook meer doorstroom plaatsvinden van de WGA naar de IVA. Hierdoor stijgen de IVA-uitgaven relatief harder dan de WGA-uitgaven.

In de begroting staat dat de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) (voorlopig) is vastgesteld op 7,03 procent. De definitieve vaststelling van de Aof-premie vindt plaats in oktober 2020. De huidige premie in 2020 bedraagt 6,77%. Dus de stijging van de IVA-uitgaven is terug te zien in een verhoging van de Aof-premie.

Het Arbeidsongeschiktheidsfonds financiert ook de WAO-uitkeringen. Er is alleen nog instroom in de WAO door herleving van uitkeringen. Er worden nauwelijks nog nieuwe WAO-uitkeringen toegekend. Tegelijkertijd worden er in 2021 bijna 20.000 uitkeringen beëindigd. De uitkeringslasten WAO dalen in 2021 met krap € 350 miljoen. Het WAO-bestand en de uitkeringslasten nemen de komende jaren af, met name door het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd van het zittend WAO-bestand.

Weliswaar daalt de WAO-instroom minder hard dan de stijging van de WIA-instroom (bron UWV tijdreeksen 2019). Uit de instroomcijfers WIA blijkt dat de WGA een voorportaal is voor de IVA. De WIA meer activerend maken is een aandachtspunt voor de overheid. Daarvoor heeft de Stichting van de Arbeid in juli 2020 meerdere aanbevelingen gedaan. We zullen blijven volgen wat het nieuwe kabinet met de adviezen gaat doen.

Onderzoeken no-riskpolis

Er lopen verschillende onderzoeken naar de no-riskpolis, onder meer een onderzoek hoe de bekendheid van de no-riskpolis vergroot kan worden. Verder wordt onderzocht of er mogelijkheden zijn om de no-riskpolis eventueel uit te breiden naar den groep chronisch zieken. Zij hebben een hoger risico op verzuim, maar vallen nu niet onder de no-riskpolis.

Er is in het kader van het Breed Offensief ook een wetsvoorstel voorbereid om onder andere administratieve knelpunten rondom de no-riskpolis weg te nemen. Hiermee wordt geregeld dat gemeenten de loonkostensubsidie aan werkgevers niet meer hoeven stop te zetten bij ziekte en UWV de loonkostensubsidie bij ziekte niet langer hoeft uit te keren aan werkgevers. De middelen voor de no-riskpolis die hierop betrekking hebben, vloeien hiermee terug van de Ziektewet (UWV) naar gemeenten.

Tot slot

De werkgeversorganisaties zijn positief over de keuze voor investeren en dus voor banen in plaats van bezuinigingen en lastenverzwaring. MKB Nederland is positief over de verlaging (in 2022) van de vennootschapsbelasting naar 15 procent voor winsten tot 395.000 euro. Ze zijn daarentegen niet blij met de versnelde afbouw van de zelfstandigenaftrek. Voor grote bedrijven gaat de beloofde verlaging van de vennootschapsbelasting niet door. De FNV ziet in de maatregelen om de economie aan te jagen een uitgelezen kans om de investeringen te koppelen aan arbeidsmarktbeleid. De grootste vakcentrale bepleit dat het behoud van ‘vast’ werk centraal moet staan.

De corona-pandemie maakt dat we in een uitzonderlijke situatie zitten. De werkgelegenheid binnen bepaalde branches valt vrijwel volledig weg en er zijn ook sectoren die juist heel hard groeien en niet aan goede mensen kunnen komen. Hoe duidelijk bleek de analyse van de commissie Borstlap te kloppen. Wendbaarheid bij werknemers is nodig om naar andere sectoren over te gaan.

Veel mensen zijn onzeker over hun inkomen en de toekomst, ondanks de best hoopvolle boodschap die het kabinet met de miljoenennota heeft afgegeven. Voor ons als casemanagers ligt er een uitdaging om te voorkomen dat werknemers onnodig (lang) aan de kant komen te staan. En ook moeten we voorkomen dat ze gaan vluchten in verzuim uit angst of onzekerheid. Preventief al het gesprek aangaan om te komen van werk naar werk.

Bron: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/prinsjesdag/miljoenennota-en-andere-officiele-stukken