De WIA-aanvraag en de vertragingen bij het UWV

Je zult het vast wel herkennen uit de dagelijkse praktijk. Het UWV kampt met grote achterstanden bij de claimbeoordeling van de WIA-aanvragen. Het tekort aan verzekeringsartsen is groot en mede door Covid zijn de achterstanden nog groter geworden. Normaliter geldt dat het UWV 8 weken de tijd nodig heeft voor de WIA claimbeoordeling. Als de aanvraag op tijd is gedaan door de werknemer, dat is uiterlijk in week 93, kan het UWV voor einde van de 104 weken wachttijd tot een uitspraak komen over wel of geen recht op een WIA-uitkering. Helaas wordt deze periode vrijwel niet meer gehaald. Het gevolg is dat  na 104 weken arbeidsongeschiktheid nog steeds onduidelijk is of de werknemer wel of niet een WIA-uitkering krijgt. Vervelend voor werkgever én werknemer.
In dit artikel gaan we in op de veel gestelde vragen. Hoe zit het met de loondoorbetalingsplicht bij ziekte? Is het mogelijk om het dienstverband te beëindigen zolang de WIA-beschikking er nog niet is?  Gelukkig kunnen werknemers een voorschot op de uitkering krijgen. Maar, de werkgever moet dan wel goed controleren dat die voorschotten niet oneigenlijk bij hem in rekening worden gebracht. En hoe zit het met het niet tijdig opleggen van een loonsanctie en wat kan de werknemer dan doen? In dit artikel geven we aandachtspunten mee en beantwoorden we veel gestelde vragen.

Einde wachttijd en loondoorbetalingsplicht
Een veel gestelde vraag op de VeReFi FAQ is: hoe zit het met de loondoorbetalingsplicht van de werkgever als UWV niet op tijd met de WIA-beschikking komt? En vervolgens komt de vraag of het voor de werkgever wel of niet mogelijk is om over te gaan op ontslag als de werkgever geen passende werkzaamheden voor de werknemer heeft.

De hoofdregel is dat de werkgever na 104 weken ziekte alleen nog de loonwaarde van de passende arbeid gaat betalen. Dus niet meer voor het deel dat iemand ziek is. Er zijn uitzonderingen in cao’s, vooral in het onderwijs en de overheidssector, dus check altijd de cao.

Als de werknemer geen passende werkzaamheden meer kan verrichten na einde wachttijd en het UWV heeft geen loonsanctie opgelegd vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen, dan stopt de loondoorbetalingsplicht bij ziekte van de werkgever.

Voorwaarde is wel dat de werknemer op tijd de WIA-aanvraag heeft ingediend. Dit moet gebeuren uiterlijk 11 weken voor einde wachttijd (ziekteweek 93). Is de werknemer zelf te laat geweest met deze aanvraag en heeft de werkgever aan de werknemer goede voorlichting gegeven dat de loondoorbetaling na 104 weken stopt, dan is er geen loondoorbetalingsplicht bij ziekte meer (zie artikel 7 : 629 lid 3 sub f).

Einde wachttijd en mogelijkheden voor ontslag|
Het opzegverbod bij ziekte is voorbij als de werkgever geen loonsanctie heeft gekregen en de periode van 104 weken (de wachttijd) is volgemaakt. Veel werknemers willen eerst afwachten wat het UWV besluit over de WIA-aanvraag en zijn dan niet bereid om mee te werken aan het sluiten van een vaststellingsovereenkomst (VSO). Dit is begrijpelijk, maar soms wel ongewenst voor de werkgever. Zeker omdat het actuele oordeel van de bedrijfsarts met de uitspraak over mogelijk herstel binnen nu en 26 weken, slechts 13 weken geldig is.

De werkgever kan wel besluiten om een ontslagvergunning aan te vragen bij het UWV. Ook het UWV vraagt weliswaar bij de aanvullende documenten om de WIA-beschikking, maar daarbij kun je aangeven dat het UWV die niet heeft afgegeven. Uit andere stukken moet dan blijken dat er sprake is van langdurige arbeidsongeschiktheid voor de bedongen arbeid en dat hier ook geen verandering in komt in de komende 26 weken.

De bepalende voorwaarden voor de ontslagvergunning zijn dat:

  • de termijn van het opzegverbod van ziekte is verstreken (dus geen loonsanctie bijv.);
  • de werknemer langdurig arbeidsongeschikt is voor de bedongen arbeid en;
  • er geen passende werkzaamheden bij de werkgever meer mogelijk zijn en dat dit ook niet mogelijk is voor de komende 26 weken.

Daarom is het actueel oordeel opgesteld door de bedrijfsarts zo belangrijk, omdat de bedrijfsarts een verklaring afgeeft van de herstelmogelijkheden voor de komende 26 weken. Dit actueel oordeel is zoals gezegd 13 weken geldig. Dus als dit oordeel is opgesteld in week 92 en in week 105 wordt de ontslagvergunningsaanvraag ingediend, dan is op dat moment het actuele oordeel nog geldig. Op een later moment dient altijd een nieuw actueel oordeel van de bedrijfsarts overlegd te worden.

Voor het aanvragen van de ontslagvergunning geeft het UWV wel aan dat het als goed werkgever netjes is om te wachten op de uitkomst van de WIA-claimbeoordeling. Maar, de werkgever beslist zelf om wel of niet deze ontslagvergunning aan te vragen. Het komt ook voor dat de werkgever met de werknemer een vaststellingsovereenkomst overeenkomt als de werknemer bereid is die te ondertekenen.

Werknemer kan voorschot op de uitkering aanvragen
Als de wachttijd is doorlopen en werknemer verricht geen passende arbeid, dan is het belangrijk te voorkomen dat de werknemer zonder inkomen komt te zitten. De werkgever hoeft niet meer te betalen als er geen passende arbeid wordt verricht (tenzij cao dat aangeeft). De werknemer kan het beste een voorschot op de uitkering aanvragen. Het UWV informeert de werknemer hierover in de brief waarin ze om verlenging van de beslistermijn vragen.

Een eventueel te veel betaald voorschot vordert het UWV niet terug. Maar, het verstrekte voorschot wordt wel verrekend met de WW-uitkering of de WIA-uitkering. De werknemer soupeert met het voorschot al de duur van de loongerelateerde uitkering in de WW of WIA op. Het is daarom voor de werknemer belangrijk om te weten waar hij of zij aan toe is. Vandaar dat we verderop in dit artikel aangeven dat de werknemer het UWV in gebreke kan stellen om zodoende een snellere beslissing af te dwingen.

De voorschotproblematiek voor de WGA-eigenrisicodrager
Het UWV werkt met voorschotten op uitkeringen vanwege de achterstanden. Het UWV bracht deze voorschotten in 2021 in rekening bij de eigenrisicodrager, maar toen heeft de rechtbank geoordeeld dat hier geen rechtsgrond voor was. Daar is het UWV nog weer tegen in hoger beroep gegaan; dit hoger beroep loopt nog.

Let er op goed op dat het UWV vanaf 1 januari 2022 wel bevoegd is om die voorschotten bij de werkgever die WGA-eigenrisicodrager is in rekening te brengen. Dit is geregeld in de Verzamelwet SZW 2022.

Het UWV geeft aan de onterecht in rekening gebrachte voorschotten terug te betalen. Dat is het geval als er sprake is van een 35-min beschikking of een IVA-beschikking. Het is belangrijk goed te controleren dat dit inderdaad gebeurt. Je kunt daar als eigenrisicodrager ook nadrukkelijk op voorhand al melding van maken, door UWV aansprakelijk te stellen dat je als werkgever niet het gevolg hoeft te dragen van het te laat nemen van de WIA-beslissing en niet financieel verantwoordelijk bent voor de situaties dat er uiteindelijk een IVA-uitkering of een 35-min beschikking uitkomt of dat achteraf blijkt dat het voorschot te hoog was vastgesteld. Daarbij kan ook de wettelijke rente worden geëist over de niet verschuldigd betaalde uitkeringen en alle extra kosten die de werkgever maakt door de te late beslissing door het UWV. Houd dan ook alle extra kosten die gemaakt worden goed bij.

Zolang de procedure aan de zijde van het UWV nog onduidelijk is, is het een overweging om het UWV aansprakelijk te houden voor de extra schade van het te late besluit die niet bij de werkgever in rekening was gebracht als zij het besluit wel tijdig hadden genomen. We beseffen dat dit ingewikkelde materie is. Er zijn veel gespecialiseerde juridische bureaus om hierbij te ondersteunen.

Toekomstige controle Werkhervattingskas
Is de organisatie geen WGA-eigenrisicodrager maar publiek verzekerd? Dan is het van belang nu al te beseffen dat je bij de toekomstige controle van de Werkhervattingkas ook goed moet kijken of voorschotten niet ten onrechte aan de werkgever in rekening wordt gebracht. Dus geen doorbelasting van het voorschot als later bleek dat het geen WGA-recht was of dat het voorschot te hoog was.

UWV te laat met opleggen loonsanctie?
Verder is het belangrijk om te weten dat het UWV na einde wachttijd ook geen loonsancties meer aan de werkgever kan opleggen vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen. De loonsanctie kan alleen binnen de reguliere wachttijd van 104 weken ziekte worden opgelegd.

Het komt voor dat het UWV alsnog een brief stuurt waarin staat dat het UWV van mening is dat de re-integratie- inspanningen onvoldoende waren, maar dat de termijn om de loonsanctie op te leggen verlopen is. Een werknemer is hiermee ernstig gedupeerd. Want als de sanctie wel was opgelegd diende de werkgever nog maximaal een jaar langer het loon door te betalen en de re-integratie voort te zetten (conform artikel 25 lid 9 Wet WIA). De WW- of WIA-uitkeringsrechten gaan dan ook een jaar later in.

Wat kan de werknemer doen als het UWV aan de werkgever ten onrechte geen loonsanctie heeft opgelegd? De werknemer moet dan binnen de bezwaartermijn tegen het besluit van het UWV om geen loonsanctie te geven in bezwaar gaan. Binnen deze bezwaarprocedure geef je dan aan dat het UWV aansprakelijk is voor de schade die de werknemer daardoor lijdt. Het bezwaar moet wel  uiterlijk binnen zes weken na de WIA-beschikking gemaakt worden, anders kan de werknemer geen schadevergoeding meer krijgen.

De werknemer moet er een berekening van de schade die hij lijdt bijvoegen. Dit kan zijn het verschil tussen de uitkering en het loon, maar in essentie kun je ook aangeven dat met de lage arbeidsmarktkansen een volledig loonjaar mis wordt gelopen. Immers, nu zijn de uitkeringsrechten eerder opgesoupeerd. Kortom, een onderbouwing van de schadevergoeding moet erbij en dat kan om grote bedragen gaan. Het UWV hanteert overigens nooit een volledig jaarloon omdat ze aangeven dat de gemiddelde duur van de loonsanctie 10 maanden is.

Maar na de onderbouwing van de schade die de werknemer heeft geleden, moet de werknemer het UWV dus schriftelijk aansprakelijk stellen voor deze schade. Gespecialiseerde juridische bureaus kunnen de werknemer daarbij helpen.

Redelijke termijn voor de behandeling van de WIA-aanvraag
De algemene wet bestuursrecht geeft aan dat een bestuursorgaan (zoals het UWV) zich moet houden aan redelijke termijnen bij het verstrekken van beslissingen op aanvragen van subsidies, uitkeringen of bezwaarschriften. Wanneer deze termijn wordt overschreden kan de aanvrager een schadevergoeding aan het bestuursorgaan vragen.

Voor de behandeling van de WIA-aanvraag geldt dat de redelijke termijn is verstreken wanneer het UWV binnen 8 weken na de aanvraag nog geen beslissing heeft genomen. De periode waarbinnen het UWV kan beslissen, staat altijd in de ontvangstbevestiging die het UWV na de aanvraag terugstuurt naar de aanvrager.

Het UWV kan deze redelijke beslistermijn wel verlengen of onderbreken. Dit is alleen mogelijk binnen de redelijke termijn van die 8 weken en moet ook schriftelijk medegedeeld worden aan de aanvrager. De reden van de verlenging van de termijn moet ook vermeld worden, tezamen met een nieuwe datum waarvoor de beslissing wordt genomen. De algemene wet bestuursrecht benoemt dat deze termijn zo kort mogelijk moet zijn. Deze zo kort mogelijke termijn is gebaseerd op de grenzen van de redelijkheid. De wet wil immers een snelle afhandeling van zaken stimuleren.

Verlengen of onderbreken van de redelijke beslistermijn
Er is sprake van een verlenging van de oorspronkelijke periode als ze meer tijd nodig hebben om te beslissen. UWV benoemt daarbij dan de nieuwe termijn. Het verlengen van de beslistermijn mag alleen als dat tijdig binnen de oorspronkelijke periode aangegeven wordt. Dit gebeurt meestal met als reden dat er nog medisch advies nodig is. Het UWV neemt dan in de brief de nieuwe periode op waarbinnen de betrokkene een nieuwe beslissing kan verwachten. Is deze nieuwe datum onredelijk, dan kan hier ook tegen in bezwaar worden gegaan door alsnog de ingebrekestelling te doen. Geef daarbij in de brief aan waarom de verlenging van de beslistermijn de grenzen van de redelijkheid overschrijdt.

Het kan ook zijn dat het UWV de periode van de beslissing onderbreekt. Dit komt voor als er niet genoeg gegevens zijn om de beslissing te kunnen nemen. Hierover stuurt het UWV dan altijd een brief welke gegevens nog nodig zijn. De periode van de beslistermijn gaat dan pas weer lopen als alle benodigde gegevens binnen zijn. De aanvrager moet dan zelf zorgen voor een snelle aanlevering van de benodigde gegevens. Want bij een incomplete aanvraag wordt de WIA-aanvraag niet behandeld en komt de werknemer mogelijk zonder inkomen te zitten.

Melding te late beslissing
Alleen de aanvrager, en dat is bij de WIA-aanvraag de werknemer zelf, kan het UWV in gebreke stellen. Als het UWV de benoemde termijn niet haalt en het UWV geen brief heeft gestuurd om de termijn te verlengen, dan kan de werknemer het UWV in gebreke stellen en daarbij vragen om alsnog snel te beslissen over de WIA-aanvraag. Dit is eenvoudig mogelijk met het formulier ‘Melding te late beslissing UWV’. melding-te-late-beslissing-uwv.doc (live.com)
De werknemer kan ook de werkgever machtigen om de melding te late beslissing namens hem of haar als aanvrager te doen.

Het UWV heeft dan nog twee weken de tijd om tot een beslissing te komen. Deze ook wel 14-dagentermijn genoemd, gaat in op de dag dat het UWV de ingebrekestelling heeft ontvangen en daarna zijn er dwangsommen verschuldigd. Tijdens deze periode van twee weken heeft het UWV geen mogelijkheden meer om de periode te verlengen of te onderbreken.

Het formulier melding te late beslissing is een handig hulpmiddel, maar het is niet verplicht om die te gebruiken. De ingebrekestelling richting het UWV kan ook in een brief worden gedaan. In de brief wordt benoemd dat het UWV binnen 14 dagen na ontvangst van de brief een besluit moet nemen over de WIA-aanvraag. En als UWV dan wederom in gebreke blijft dat het UWV de gestelde dwangsommen moet betalen conform de Wet dwangsom en beroep.

Wet dwangsom en beroep
Als het UWV niet binnen twee weken beslist, kan de aanvrager een vergoeding krijgen conform de wet dwangsom en beroep. De wet dwangsom en beroep is niet alleen bedoeld om bestuursorganen sneller te laten beslissen over uitkeringsaanvragen, maar is ook van toepassing op de termijnen zoals deze gelden voor bezwaar en administratief beroep. De wet benoemt dat de dwangsom alleen verschuldigd als ten minste aan drie voorwaarden is voldaan:

  1. Het bestuursorgaan (bijv. UWV) heeft niet tijdig beslist op een aanvraag (en termijn is niet verlengd of opgeschort);
  2. De aanvrager heeft het bestuursorgaan in gebreke gesteld (is mogelijk vanaf de eerste dag dat bestuursorgaan te laat is met beslissen);
  3. Het bestuursorgaan heeft binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling nog geen besluit genomen.

De wet benoemt dat het bestuursorgaan in beginsel een dwangsom verschuldigd is aan de aanvrager wanneer ze niet binnen twee weken alsnog dit besluit hebben genomen. Dit is echter niet het geval als het bestuursorgaan onredelijk laat in gebreke is gesteld of dat de aanvrager geen belanghebbende is of dat de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is.

Let er daarom altijd op dat de aanvrager van de ingebrekestelling de belanghebbende zelf is, dus in het geval van de WIA-aanvraag de werknemer zelf.

De hoogte van deze dwangsom (vergoeding) die het bestuursorgaan (UWV) aan de aanvrager betaalt is ook in de wet opgenomen. De bedragen zijn voor 2022:

  • de eerste 14 dagen € 23 per dag;
  • de volgende 14 dagen € 35 per dag;
  • de volgende dagen tot en met de 42e dag € 45 per dag.

De vergoeding loopt maximaal 42 dagen en is nooit hoger dan € 1442.

Instellen van beroep bij de rechtbank voor verkrijgen van tijdige beslissing?
De huidige praktijk laat zien dat de achterstanden zo groot zijn bij het UWV dat ze het niet redden om binnen de 14-dagentermijn tot een besluit te komen over de WIA-aanvraag. Het UWV betaalt dus deze dwangsommen aan de aanvrager uit.

Wat zou de werknemer kunnen doen om UWV sneller tot een besluit te laten komen? Naast de ingebrekestelling bestaat nog de mogelijkheid van het instellen van een beroep bij de Rechtbank, afd. bestuursrecht, wegens “niet tijdig beslissen” van het UWV.

De Rechtbank behandelt het beroep binnen 8 weken. Is het beroep gegrond, dan bepaalt de bestuursrechter dat het UWV binnen twee weken alsnog moet beslissen op de WIA-aanvraag. Daaraan verbindt de bestuursrechter een (nieuwe) dwangsom die het UWV moet betalen als het niet binnen die twee weken alsnog heeft beslist. Alleen de werknemer kan dit als aanvrager van de WIA-uitkering doen of de werknemer moet de werkgever machtigen om dit namens hem te doen.