Risk Management Sociale Zekerheid en Inzetbaarheid nu ook voor adviseurs WFT Inkomen

De opleiding Risk Management Sociale Zekerheid en Inzetbaarheid geeft handvatten om grip te  nemen op de forse geldstromen sociale zekerheid in een organisatie. Tot voor kort stond deze opleiding alleen open voor wie het bekende Regie op Verzuim van CS Opleidingen behaald had. Met een speciaal tweedaags voorprogramma is de opleiding nu ook te volgen voor inkomensadviseurs met een geldig WFT Inkomen diploma.

De postbacheloropleiding Risk Management Sociale Zekerheid wordt al jaren aangeboden door CS Opleidingen. Het is een vervolgopleiding op het bekende Regie op Verzuim en is geaccrediteerd de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). De opleiding heeft als doel studenten toe te rusten om de schadelast van verzuim en arbeidsongeschiktheid voor de organisatie te verminderen.

Onlangs is de Risk Management Sociale Zekerheid volledig vernieuwd en nog meer toegespitst op de praktijk. Daarbij wordt er ook uitdrukkelijk aandacht besteed aan het vraagstuk Inzetbaarheid. Vandaar dat ook de naam is gewijzigd naar Risk Management Sociale Zekerheid en Inzetbaarheid. Het programma is opgebouwd vanuit drie invalshoeken: het analyseren van risico’s, het maken van beleid om met risico’s om te gaan en de vertaling van het beleid naar de praktijk.

Toegang zonder Regie op Verzuim

Risk Management Sociale Zekerheid en Inzetbaarheid is een unieke opleiding voor iedereen die zich professioneel bezighoudt met het vormgeven van een adequate verzuimaanpak en het uitvoeren en implementeren van beleid voor verzuim, arbeidsongeschiktheid en inzetbaarheid. Ook voor de gespecialiseerde adviseurs in de (groot) zakelijke inkomensmarkt.

Daarom heeft de faculteit Riskmanagement Sociale Zekerheid (RSZ) van het Register Specialistisch Casemanagement gevraagd of ook inkomensadviseurs toegang tot deze opleiding kunnen krijgen, zonder eerst de volledige Regie op Verzuim te doorlopen. De HAN is hiermee akkoord gegaan, mits de adviseurs een geldig WFT Inkomen diploma hebben en een tweedaags voorprogramma volgen. Het voorprogramma geeft verdieping op de financiële belangen omtrent verzuim en arbeidsongeschiktheid, arbeidsrecht en het speelveld van de casemanager.

Wie vervolgens Risk Management Sociale Zekerheid en Inzetbaarheid met succes afrondt, heeft ook toegang tot het Register Specialistisch Casemanagement en mag de titel RSZ (Riskmanager Sociale Zekerheid) voeren.

Voor meer informatie en inschrijven: Verdieping verzuim en arbeidsongeschiktheid voor adviseur WFT Inkomen – CS Opleidingen (cs-opleidingen.nl)

Forse stijging gemiddelde premiepercentage voor de parameters Werkhervattingskas 2022

Op 1 september 2021 zijn in de Staatscourant de gedifferentieerde premies verschenen voor de Werkhervattingskas voor het jaar 2022. Er is sprake van een forse stijging.

Het gemiddelde dat alle werkgevers betalen voor de WGA stijgt van 0,78% naar 0,84%. Voor de Ziektewet is er sprake van een zeer forse stijging van 0,58% naar 0,68%. Voor de berekening van de individuele premie voor de grote werkgever zijn de parameters Werkhervattingskas voor het jaar 2022 in vergelijking met 2021 als volgt:

Parameters 2022 in vergelijking met 2021

 WGA 2022WGA 2021 ZW 2022ZW 2021
Gemiddelde percentage0,84%0,78%0,68%0,58%
Maximumpremie 3,36%3,12%2,72%2,32%
Minimumpremie0,21%0,19%0,17%0,14%
Gemiddelde werkgeversrisicopercentage0,56%0,52%0,39%0,35%
Correctiefactor1,121,121,301,24

Voor de Ziektewet geldt voor de werkgevers in sector 52 (uitzendbedrijven) een afwijkende maximumpremie van 9,31% voor 2021 en 10,39% voor 2022.

De maximumpremie is vier maal het gemiddelde percentage en de minimumpremie is 0,25 van het gemiddelde percentage.

Indeling groot, midden en klein is veranderd

De grens tussen klein en middelgroot is gestegen van 10 maal het gemiddelde premieplichtige loon naar 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon. Het gemiddelde premieplichtige loon is voor de parameters van 2022 gesteld op € 35.300 (terugkijkend naar het jaar 2020). Dit maakt dat de grens tussen een kleine en middelgrote werkgever komt te liggen bij € 882.500. En de grens tussen een middelgrote/grote werkgever ligt bij 100 maal het premieplichte loon oftewel € 3.530.000.

Grote bedrijven betalen ten minste een minimumpremie die gebaseerd is op ten minste een kwart van het gemiddelde premiepercentage. Dit wordt de minimumpremie genoemd. Voor de WGA dus 0,21% en voor de Ziektewet 0,17% over de premieplichtige loonsom. Dus als een groot bedrijf in het geheel nooit schade heeft gehad, dan betalen ze een gedifferentieerde premie WGA van 0,21% en voor de Ziektewet betalen ze 0,17%.

Kleine bedrijven betalen ongeacht hun eigen instroom altijd de sectorale percentages, die gebaseerd zijn op de schaderesultaten van de sector. Dus de opslag of de korting bovenop de gemiddelde premie wordt vastgesteld aan de hand van de sectorinstroom. De sectorale percentages vindt u in bijlage 1 van het Besluit gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2022 uit de Staatscourant van 1 september 2021.

Berekening gedifferentieerde premie WHK

Bij de berekening van het individuele werkgeversrisico geldt het T-2 principe. Het jaar T is het jaar waarvoor de premie wordt vastgesteld. Om voor de werkgever het individuele risico vast te stellen, gaat het UWV uit van de instromers in de Ziektewet of de WGA van het jaar T-2 (oftewel twee kalenderjaren eerder). Bij de vaststelling van de premiedifferentiatie voor het jaar 2022, wordt er dus gekeken naar de gedane uitkeringen in 2020.

Berekening individuele premie grote bedrijven

Voor grote bedrijven geldt de volgende formule:

Individuele premie = gemiddelde percentage + individuele opslag/korting

Berekening individuele opslag of korting => correctiefactor werkgeversrisico  * (individuele werkgeversrisico minus gemiddeld risico)

Het individuele werkgeversrisico wordt voor het premiejaar 2022 berekend door de totaal uitbetaalde uitkeringslasten (*) van de WGA of de Ziektewet in het jaar 2020 te delen door de gemiddelde premieplichtige loonsom van de periode 2016-2020.

De uitkomst van de gedifferentieerde premie wordt vervolgens vergeleken met de minimum- en maximum bandbreedte van de premies.

(*)  Bij de totaal berekende uitkeringslasten WGA tellen mee alle WGA-uitkeringen aan (ex-) werknemers van het bedrijf die in het jaar 2020 een WGA-uitkering kregen, die vanuit een vast dienstverband sinds 2010 in de regeling WGA zijn gekomen. Echter is de werkgever eerst eigenrisicodrager WGA geweest maar voor 1 juli 2015 teruggekeerd naar het UWV, dan tellen alleen de uitkeringen van vaste dienstverbanders mee wanneer zij ziek zijn geworden na de terugkeer in het publieke bestel. Voor de flex-dienstverbanden die na 1 januari 2012 een uitkering hebben gekregen. Voor de Ziektewet gaat het om de totaal uitbetaalde uitkeringslasten van de ZW-uitkeringen die in 2020 zijn uitbetaald aan personen die in 2018, 2019 of 2020 in de Ziektewet zijn gekomen.

Uit de parameters kunnen we voor 2022 de volgende berekening herleiden.

WGA            : 0,84% (gemiddelde percentage) + 1,12 * (? – 0,56%)

ZW                : 0,68% (gemiddelde percentage) + 1,30 * (? – 0,39%)

Het vraagteken is het individuele werkgeversrisicopercentage. Deze wordt berekend door de uitkeringslasten van de toegerekende uitkeringen in het jaar 2020 te delen door de (gemiddelde loonsom van de periode 2016-2020) en te vermenigvuldigen met 100%.

Er verschijnt nog een nieuwe whitepaper met rekenvoorbeelden op VeReFi. Ook worden de WGA calculator en de Ziektewet Calculator deze week nog aangepast voor de parameters van 2022.

 

 

Verzamelwet SZW 2022: fictief ziekengeldrecht achteraf kan niet meer

De Verzamelwet SZW 2022 wijzigt een aantal onderdelen in de Wet financiering sociale verzekeringen en Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De voorgestelde aanpassingen zijn erop gericht de voordelen van een fictieve claim op ziekengeld weg te nemen.

Momenteel geldt nog dat bij een achteraf vastgestelde fictieve ziekengeldclaim de werkgever geen WGA-toerekening krijgt. Oftewel een WGA-eigenrisicodrager hoeft dan niet de 10-jarige WGA te betalen. Dit gaat veranderen vanaf 2022. Als er geen feitelijke Ziektewetuitkering is uitbetaald vanuit de no-risk, komt er wel een WGA-toerekening. Het UWV gaat vanaf 2022 niet meer achteraf fictieve ziekengeldrechten toekennen zodat werkgever alsnog no-riskpolis WGA kan benutten.

Uitleg no-riskpolis Ziektewet

We kennen allemaal artikel 29b van de Ziektewet (ZW) waarin de no-riskpolis is geregeld. Het doel van de no-riskpolis Ziektewet is dat werkgever toch werknemers met een verhoogd risico op arbeidsongeschiktheid in dienst durven te nemen. Als de werknemer met een no-riskpolis uitvalt wegens ziekte, heeft deze werknemer namelijk recht op ziekengeld van het UWV. Doordat UWV ziekengeld betaalt, wordt de werkgever financieel gecompenseerd voor het loon dat hij aan zijn werknemer moet doorbetalen tijdens ziekte.

Ook geldt dat bij langdurig verzuim dat tot een WGA-uitkering leidt, de werkgever daar niet de financiële risico’s van hoeft te dragen. Voor de werkgever die eigenrisicodrager is voor de WGA, betekent dit dat hij de WGA-uitkering niet zelf hoeft te betalen voor een werknemer die recht heeft op de no-riskpolis. Voor de publiek verzekerde werkgever betekent dit dat hiermee een verhoging van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas voorkomen wordt. Hiermee is door de wetgever beoogd om drempels weg te halen, zodat werkgevers aan personen uit deze groepen toch een dienstverband zullen aanbieden.

Nu komt het geregeld voor dat het UWV in bepaalde situaties (achteraf) fictieve ZW-rechten moet vaststellen omdat werkgevers dan alsnog een beroep willen doen op de no-riskpolis WIA (geen WGA-toerekening). Het UWV vindt dit onwenselijk en heeft het met de Verzamelwet SZW 2022 voor elkaar gekregen dat de wet wordt aangepast. Dit hadden ze ooit via de rechter al geprobeerd, maar de rechter gaf aan dat werkgever wel recht had op no-risk WIA bij een fictief ziekengeldrecht en daarom wordt nu de Wfsv en wet WIA op onderdelen aangepast.

Wat is een fictief ziekengeldrecht?

Bij een te late aanvraag door de werkgever kan het ziekengeld niet meer tot uitbetaling komen, omdat het ziekengeld over ten hoogste een jaar met terugwerkende kracht wordt uitbetaald. Echter, de werkgever kan tot 2022 nog wel het UWV verzoeken om het recht op ziekengeld te beoordelen. Deze fictieve ziekengeldclaim kan aantrekkelijk zijn voor de werkgever die eigenrisicodrager is, want dit betekent namelijk dat de WGA-uitkering niet aan de WGA-eigenrisicodrager wordt toegerekend of niet wordt toegerekend binnen de Werkhervattingskas. Door controles van de te betalen premies binnen de Werkhervattingskas die werkgevers zijn gaan, kreeg het UWV een toenemend aantal verzoeken van werkgevers in hoeverre er in het verre verleden (soms zelfs na 7 jaar) recht zou zijn geweest op ziekengeld als tijdig een claim zou zijn gedaan. De voorgestelde aanpassingen van de WIA en de Wfsv in de Verzamelwet SZW 2022 zijn erop gericht de voordelen van een fictieve claim op ziekengeld weg te nemen. Het UWV bereikt hiermee dat werkgevers geen reden meer hebben voor een fictieve claim op ziekengeld.

Dat dit niet meer mogelijk is, maakt het nog belangrijker om al tijdig goed in kaart te brengen (na twee maanden dienstverband) wie er recht hebben op de no-riskpolis. Oftewel werknemers die worden aangenomen met een arbeidsgehandicapte status of werknemer structurele functionele beperkingen (sfb). Zo kan er tijdig een beroep worden gedaan op de Ziektewet vangnetregeling.

De 1 jaar terugwerkende kracht voor de uitbetaling Ziekengeld blijft

Er verandert niets aan de bestaande termijn voor het met terugwerkende kracht uitbetalen van ziekengeld. Ziekengeld kan achteraf worden geclaimd en met terugwerkende kracht tot ten hoogste een jaar worden toegekend. Dat betekent dat als bijvoorbeeld pas anderhalf jaar na het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid een melding wordt gedaan bij UWV, het ziekengeld alleen over het laatste jaar wordt toegekend. Voor het eerste half jaar arbeidsongeschiktheid wordt het ziekengeld in dit voorbeeld niet meer toegekend en daarom ook niet uitgekeerd.

Claim dus tijdig Ziektewetvangnet

Maar stel dat je als casemanager pas bij de WIA-aanvraag ontdekt dat er eigenlijk no-risk toegekend had moeten zijn, dan moet je per direct alsnog Ziektewetvangnet gaan claimen. Het is dan nog mogelijk om 1 jaar uitbetaling met terugwerkende kracht te krijgen. Maar nog belangrijker is, dat je dan ook in aanmerking komt voor de no-riskpolis WGA ( dus geen WGA-toerekening)

Dus je moet voorkomen dat de termijn van een jaar waarover het ziekengeld nog met terugwerkende kracht wordt uitbetaald, is verstreken. Want als je de ziekengeldclaim niet meer kunt doen, dan krijg je ook de WGA-toerekening (als eigen risicodrager WGA of binnen de Werkhervattingskas).

Wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2022) | Tweede Kamer der Staten-Generaal

Reactie van kabinet op analyse WRR en Commissie Borstlap

Nog voor de Coronacrisis verscheen op 23 januari 2020 het advies van de Commissie Borstlap met de titel ‘In wat voor land willen wij werken? Ook de Wetenschappelijk Raad voor Regeringsbeleid (WRR) kwam begin dit jaar met een analyse over de toekomst van de arbeidsmarkt, waarin de noodklok wordt geluid dat verandering noodzakelijk is. Het kabinet geeft in een reactie op de beide rapporten aan de hoofdlijnen van de analyses te herkennen.

Lees meer…

CS OPLEIDINGEN EN HOGESCHOOL VAN ARNHEM EN NIJMEGEN CONTINUEREN SUCCESVOLLE SAMENWERKING

CS Opleidingen werkt al 15 jaar samen met de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) als toezichthouder op de kwaliteit van de opleidingen en examinering. Doel van de samenwerking was om in het belang van de studenten te komen tot een heldere loskoppeling van onderwijs, toetsing en ontwikkeling van nieuwe onderwijsprogramma’s. Deze samenwerking is zo succesvol gebleken, dat deze nu voor onbepaalde tijd wordt gecontinueerd.

Lees meer…