Dit is een oud nieuwsbericht. De inhoud kan inmiddels achterhaald zijn door recentere ontwikkelingen.
Uitgelichte opleidingen:

Wet verbetering hybride markt WGA heeft grote gevolgen!

Tijdens de VeReFi Zomermarkt stond ik stil bij de gevolgen van de Wet verbetering hybride markt WGA. Zo benoemde ik o.a. dat het enigszins verwonderlijk is dat we medio juni nog altijd geen offertes hebben ontvangen voor 2017 voor het WGA-eigenrisicodragerschap. Ook werd duidelijk dat de systeemwijziging per 2017 veel grotere gevolgen heeft dan menigeen beseft.

WGA is geen prijsmarkt meer

Ik merkte de verbazing bij de deelnemers toen ik uitlegde dat argumenten die we in het verleden gebruikten om eigenisicodrager WGA te worden, juist nu een argument waren geworden om bij het UWV te blijven. Dit geldt dan vooral voor de bedrijven met een laag WGA-risico die bij het UWV een korting krijgen op de rekenpremie. Bij het UWV hebben de grote bedrijven met goede risico’s juist een lage premie. Het is nu nog niet duidelijk wat de verzekeraars gaan doen. Dus een goed totaalbeeld kunnen we nog niet geven. Maar uiteraard moet de private verzekeraar rekening houden met toekomstige risico’s en zullen ze naast kostenopslagen ook onzekerheidsopslagen berekenen. De WGA is geen prijsmarkt meer. De private verzekeraars hebben inmiddels al 1,6 miljard euro verlies te dragen. Ze zullen voorzichtiger zijn en niet meer de klant koste wat het kost willen behouden.

Ander advies dan vroeger

Stel dat een bedrijf een goed risico heeft en bij het UWV een zeer lage premie krijgt, bijvoorbeeld tussen de minimumpremie en de rekenpremie in. Dan hadden we voor de wetswijziging altijd het argument dat verzekeren toch heel gunstig was, omdat er nieuwe WGA-instroom kon ontstaan. Deze nieuwe instroom zou dan 2 jaar later bij het UWV weer een hoge premie veroorzaken en die hoge premie kon wel 10 jaar doorlopen. Juist door de private verzekering te kiezen, was het toekomstige risico afgedekt. Met de systeemwijziging van de Wet verbetering hybride markt is geregeld dat bij overgang van publiek (UWV) naar privaat (al dan niet met verzekering) het bedrijf ALLE staartlasten mag achterlaten. Dus indien ze nu een lage premie betalen bij het UWV maar in de toekomst wel schade krijgen, kunnen ze op een later moment altijd nog besluiten om eigenrisicodrager te worden. Ze mogen dan immers de schadelast achterlaten.

Uit de zaal kwam de opmerking dat mogelijk het systeem wel weer gaat wijzigen als het achterlaten van staartlasten onbetaalbaar dreigt te worden. Dat klopt. De minister houdt de mogelijkheid open om steeds opnieuw naar de balans in het hybride systeem te blijven kijken. Maar met de huidige wetskennis is het ook mogelijk om in de toekomst nog weer de staartlasten achter te laten. Dus als er mensen ziek worden die mogelijk in de WGA terecht gaan komen, zal het bedrijf daarvoor bij het UWV pas twee jaar later betalen. Door op dat moment dan eigenrisicodrager voor de WGA te worden, hebben ze het grote voordeel dat ze de staartlast mogen achterlaten.

Geen terugkeer op minimumpremie

Private verzekeraars zijn blij met de wetswijziging. Het zorgt in ieder geval voor meer balans in het systeem. Vooral de bepaling dat bedrijven die juist van privaat naar publiek gaan, niet meer mogen terugkeren op een minimumpremie. Zij gaan een premie betalen op basis van de eigen schade (dus historische premielast). Dit is vooral nadelig voor bedrijven die het slecht doen, die gaan bij het UWV een hoge premie betalen. Bij de schadegevallen tellen alle WGA-instromers mee uit een vast dienstverband die na 2007 zijn ingestroomd en in 2015 nog een uitkering WGA hebben gehad. En bij de flex-WGA’ers tellen alle uitkeringen mee die na 2012 zijn ontstaan en ook in 2015 nog liepen. Bij het UWV is het grote nadeel dat de flex-instromers wel bij de gedifferentieerde premie WGA meetellen. Bij de private verzekeraar is juist het voordeel dat deze flexschade niet meetelt, maar natuurlijk zullen private verzekeraars bij de risico-inschatting kijken hoe het bedrijf het zelf in het verleden heeft gedaan en op basis daarvan met een premievoorstel voor 2017 gaan komen.

Alleen de goede risico’s zijn bij het UWV niet slecht af. Juist bij het UWV worden ze maximaal beloond voor het ‘goed’ doen. Een laag werkgeversrisico zorgt voor een lage premie. Klanten zullen hoe dan ook willen onderzoeken wat hun premie wordt bij de private verzekeraar en wat de premie in het publieke bestel wordt. Op 1 september a.s. zijn de publieke premies bekend: wij zullen die uiteraard direct verwerken in onze VeReFi WGA calculator waarmee een globale vergelijking tussen publiek en privaat gemaakt kan worden. Deze is beschikbaar voor iedereen die een VeReFi Volledig Abonnement heeft.

Aandacht voor re-integratie

Los van de financiële gevolgen moet er gekeken worden naar de re-integratieverantwoordelijkheid. De eigenrisicodrager WGA is ook gedurende 10 jaar verantwoordelijk voor de re-integratie van de WGA’er. De private verzekeraars hebben altijd aangegeven dit beter te kunnen dan het UWV. Wel zijn ze door de politiek op het matje geroepen om dit dan ook te laten zien. Want onderzoeken wijzen nu nog uit dat er weinig verschil is tussen publiek of privaat. Als werkgever kun je meer grip uitoefenen op de re-integratie als eigenrisicodrager. De grootste schadelastbesparing is echter gerealiseerd door omzettingen van WGA 80-100% situaties naar de IVA.

Ook gedifferentieerde premie IVA?

Of dit ook in de toekomst nog het grootste effect zal hebben, is weer afhankelijk van de vraag of de IVA ook onder de marktwerking komt te vallen. Dit was een voorstel o.a. van het Actuarieel Genootschap. Dit voorstel was echter wel gekoppeld aan een nieuw financieringssysteem waarbij de werkgevers maximaal vijf jaar financieel verantwoordelijk zijn voor de werknemers. Er loopt momenteel nog een onderzoek of de IVA ook binnen het hybride systeem komt te vallen. Als dit gaat gebeuren, kunnen werkgevers alsnog een ophoging van de gedifferentieerde premie IVA krijgen als ze heel succesvol zijn geweest in de omzettingen WGA 80-100% naar IVA. Kortom, wat wijsheid is op een bepaald moment, kan op een later moment weer totaal anders liggen.

Grootste voordeel voor bedrijven die al terug zijn bij UWV

Hadden we bijvoorbeeld geweten dat de Wet verbetering hybride markt WGA zou komen, dan hadden we alle bedrijven ook wel per 1 januari 2015 terug laten gaan naar het UWV. Die bedrijven die dat wel hebben gedaan, hebben het grootste voordeel met de wetswijziging. Ze houden nog de lage premiesystematiek voor de WGA-vast schades. Omdat de private verzekeraar het uitlooprisico draagt, zijn ze schoon teruggekeerd naar het UWV en betalen daarvoor een minimumpremie. Pas na vier jaar minimumpremie kunnen ze de eerste gedifferentieerde-premieverhoging krijgen op de vaste WGA-risico’s. Mogelijk gaan ze in 2017 wel meer betalen bij het UWV omdat ze ook de uitkeringen doorbelast krijgen binnen een WGA-totaalpremie van de flexwerkers. Ze zitten dus niet meer standaard op een minimumpremie, maar vermoedelijk betalen ze nog wel heel weinig bij het UWV. Deze bedrijven hebben dus geen haast om opnieuw eigenrisicodrager te worden. En worden ze wel weer eigenrisicodrager, dan kunnen ze de staartlasten weer achterlaten bij het UWV en schoon over naar de private verzekeraar.

Het zal u duidelijk zijn, dat om deze wereld te snappen je een goede inkomensadviseur nodig hebt. De goede inkomensadviseurs met kennis van deze materie krijgen een zeer druk najaar. Wees kritisch wat wijsheid is in uw situatie en laat u goed en onafhankelijk voorlichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *