Werkgever, beëindig nog voor 31 december 2019 de slapende dienstverbanden!

Ik had nooit gedacht dat ik dit eens zou schrijven. Maar nu ik de brief van minister Koolmees van 13 december heb gelezen, is mijn advies om nog in 2019 alle slapende dienstverbanden te beëindigen. Dat is de enige manier om in aanmerking te komen voor de hogere compensatie van de transitievergoeding.

Waar gaat het om? Eindelijk heeft minister Koolmees in de brief van 13 december 2019 duidelijkheid gegeven over de slapende dienstverbanden en de compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Lange tijd was er onduidelijkheid over de maximering van de compensatie, de gevolgen van de uitspraak van de Hoge Raad over slapende dienstverbanden en de beslistermijn van het UWV.

Overgangsrecht wordt niet aangepast

Als hoofdregel blijft gelden dat de compensatie van het UWV niet hoger kan zijn dan de (wettelijk verschuldigde en) door de werkgever betaalde transitievergoeding. Daarbij geldt dat per 1 januari 2020 de regels voor de transitievergoeding worden gewijzigd, waardoor vooral oudere werknemers met langdurige dienstverbanden minder transitievergoeding krijgen. Het overgangsrecht bepaalt dat wanneer het einde van de 104 weken ziekte vóór 1 januari 2020 ligt, maar de procedure tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst na 1 januari 2020 start, de compensatie ook berekend wordt volgens de nieuwe berekening. Het overgangsrecht voor compensatie wordt dus niet aangepast. Koolmees is van mening dat werkgevers voldoende zijn geïnformeerd en gewaarschuwd om slapende dienstverbanden te beëindigen.

Maar als het wettelijk recht op transitievergoeding op de peildatum van 104 weken en 1 dag hoger was, dan moet dit wel aan de werknemer worden betaald conform de uitspraak van de Hoge Raad. Om in aanmerking te komen voor de hogere vergoeding moeten werkgevers dus nog in 2019 een einde maken aan de slapende dienstverbanden.

De snelste manier is om hierover een vaststellingsovereenkomst met de werknemer aan te gaan, waarbij wordt aangegeven dat de werknemer het recht krijgt op transitievergoeding gebaseerd op de peildatum van 104 weken en 1 dag. Of als er een loonsanctie opgelegd was door het UWV dat dan de peildatum wordt verlegd direct na einde loonsanctie. Uiteraard wordt de periode van de loonsanctie niet gecompenseerd met de regeling compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid.

Nog geen maximering op brutoloon tijdens ziekte

De brief van minister Koolmees geeft ook duidelijkheid over de andere maximering van de compensatie. Er zou ook nooit meer gecompenseerd worden dan hetgeen er tijdens twee jaar ziekte aan loon is betaald. Deze maximering gaat per 1 april 2020 nog niet door. Hierover bleek er te veel onduidelijkheid. We hadden immers nooit eerder duidelijkheid wat er ging gebeuren wanneer er sprake was van een compensatie uit de no-riskpolis of dat een werkgever ook loonkostensubsidie kreeg etc. Of wanneer de werkgever voor de netto loonkosten is gecompenseerd door middel van regres. Kortom, dit waren openstaande vragen waardoor werkgevers bleven wachten met het beëindigen van de slapende dienstverbanden. Nu is die duidelijkheid gekomen. Voorlopig wordt er geen rekening gehouden met het maximum dat er niet meer betaald wordt dan hetgeen er aan brutoloon tijdens ziekte is betaald.

Uitspraak Hoge Raad

Uiteraard werd er ook door werkgevers ook afgewacht met het beëindigen van de slapende dienstverbanden omdat we de uitspraak van de Hoge Raad wilden afwachten over de vraag of slapende dienstverbanden op verzoek van de werknemer beëindigd moeten worden op basis van goed werkgeverschap. Op 8 november 2019 heeft de Hoge Raad duidelijkheid gegeven: op de werkgever rust in beginsel de verplichting om het slapende dienstverband op verzoek van de werknemer te beëindigen. De werkgever dient dan tevens in te stemmen met een vergoeding ter hoogte van de transitievergoeding zoals die verschuldigd zou zijn bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst na 104 weken (of na de periode van een eventuele loonsanctie).

Er is een uitzondering mogelijk als de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst. Dit is bijvoorbeeld het geval als er nog reële re-integratiemogelijkheden zijn, maar dit is niet het geval indien de werknemer in de regeling IVA zit of als de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd bijna heeft bereikt.

Voorfinanciering

Werkgevers wachten ook met uitbetalen van de transitievergoeding vanwege de voorfinanciering. De transitievergoeding moet namelijk wel voor 1 april 2020 zijn uitbetaald. Immers, als de werkgever een aanvraag voor compensatie wil doen, moet bankafschriften aangetoond worden dat hij de volledige transitievergoeding aan de werknemer heeft voldaan. De werkgever is dus verplicht tot voorfinanciering. Het UWV kan er vervolgens nog zes maanden over doen om tot een beslissing te komen over de compensatie. De reguliere beslistermijn van het UWV is acht weken. Echter, de compensatieregeling kent een terugwerkende kracht tot 1 juli 2015. Gezien het verwachte aantal aanvragen voor compensatie van ‘oude gevallen’, geldt hiervoor een beslistermijn van zes maanden. Deze zes maanden gaat volgens minister Koolmees gelden voor alle gevallen waarin de wachttijd van 104 weken is gelegen voor 1 april 2020.

Wacht niet af tot werknemer erom vraagt

Veel werkgevers wachten nu af tot de werknemers zichzelf gaan melden naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad. Mijn advies nu zelf actief te worden en daarbij een transitievergoeding aan te bieden met verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad dat de hoogte van de transitievergoeding wordt gebaseerd op de peildatum van 104 weken en 1 dag. Dit gehele bedrag wordt namelijk ook wordt vergoed door de compensatieregeling.

Verder is het advies, hoe kort de tijd ook is, om via de bedrijfsarts een actueel oordeel te vragen oftewel duidelijkheid dat er geen wijziging in de situatie is gekomen (dus geen verbetering) waardoor nog steeds gesteld kan worden dat er geen passende arbeid in de organisatie is. Als er namelijk wel reële werkhervattingskansen zijn, dan moet hierop gefocust worden. De tijd lijkt wel onmogelijk kort met de kerstperiode voor de deur. Maar waar een wil is, is een weg.

Ik vind nog altijd deze compensatieregeling waardeloze wetgeving. Nu nog beëindigen om zo een hogere compensatie te verkrijgen, stuit me gewoon tegen de borst. Echter, dit is nu eenmaal afgesproken. Werkgevers betalen deze compensatie via een omslagsysteem en volgend jaar zal blijken hoeveel geld het UWV hier in totaal voor nodig heeft. De reeds gereserveerde 0,5% van de loonsom zal bij lange na niet voldoende zijn voor de terugwerkende kracht gevallen. Dus werkgevers krijgen uiteindelijk nog de rekening van deze regelgeving. De conclusie zal straks zijn dat achteraf niemand deze wetgeving had gewild, want je kunt maar één keer de financiële ruimte die werkgevers hebben gebruiken en was een loonsverhoging voor de wel werkenden niet meer gewenst geweest?

Hoezeer ik deze regeling ook betreur, nu moeten we er maar het beste van maken en dat betekent mijn inziens dat we in de laatste twee weken van december nog actief moeten worden om zelf de lopende dienstverbanden te gaan beëindigen om in aanmerking te komen voor de hogere compensatie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *