Dit is een oud nieuwsbericht. De inhoud kan inmiddels achterhaald zijn door recentere ontwikkelingen.
Uitgelichte opleidingen:

De Politiek en Sociale Zekerheid

We gaan richting verkiezingen en vanuit Den Haag vliegen ons de miljarden om de oren. Links belooft 4,5 miljard voor onderwijs, rechts ruim 2 miljard voor de zorg voor ouderen, elders aan de linkerkant wordt het eigen risico voor de Zorgpolis cadeau gegeven, geschat prijskaartje ruim 2 miljard. Het midden belooft Defensie 2 tot 4 miljard. Sommige partijen laten de begroting voor hun politieke keuzes en wensen doorrekenen door het CPB, dat schijnt heel goed te zijn, terwijl andere dit daarom juist niet doen. Kenmerkend is dat nagenoeg niemand aan de bestaande systemen tornt, maar deze juist intact laten. Overal dezelfde oplossing; er moet meer geld bij en hoe dat het beste kan, wordt aansluitend door het CPB berekend.

In Nieuwsuur was een prachtig voorbeeld te zien van hoe de Nederlandse politiek een probleem in de sociale zekerheid oplost. De kwestie ging over de 2 jaar loondoorbetaling bij ziekte: te duur en mkb’ers kunnen er aan failliet gaan. Het aan de tafel besproken voorstel is om terug te gaan naar 1 jaar loon doorbetalen door de werkgever, terwijl de werknemer bij ziekte wel 2 jaar loon blijft ontvangen. Mooi, dat hebben we dan geregeld, het enige probleem wat overblijft is de vraag: wie dat gaat betalen?

In 1945 en 1946 werden er in Nederland heel veel kindjes geboren, want er was groot feest geweest. Deze kindjes werden de babyboomers genoemd: die drukten in de jaren na de oorlog heel veel luiers vol die na gebruik werden schoongemaakt en daarna in lange rijen aan de waslijn hingen te drogen. Nadat de eerste puberpuisten eind jaren 50 waren opgedroogd, gingen de Boomers ergens in de eerste helft van de jaren 60 werken of studeren. Begin jaren 70 waren de meesten uiteindelijk wel afgestudeerd want langer dan 6 jaar studeren was destijds niet raar. In 1976 waren de Boomers 30, in 1986 40, in 1996 50 en in 2006 waren ze 60 en de meesten (al een tijdje) met de VUT. In 2011 hadden de Boomers de magische grens van 65 bereikt en gingen ze met pensioen nadat zij met zweet en tranen Nederland hadden geholpen met de na-oorlogse wederopbouw. (Dat is hun collectieve beleving maar terugdenkend aan de volgedrukte luiers weten we dat dit met de beste wil van de wereld niet mogelijk is ). In 2017 is de huidige generatie gepensioneerde Boomers rijker en vitaler dan ooit, de schrik voor ieder pensioenfonds.

Wie gaat dat betalen: werkgevers en werknemers

Iedereen, ook in politiek Den Haag, had dus al best een tijdje kunnen zien aankomen dat er omstreeks 2011 een klein grijs golfje over de lage landen zou rollen. Typisch gevalletje van probleem herkennen, onderzoeken en oplossen: hoe mooi en makkelijk willen we het hebben. Niet dus. Helaas is er ondanks wat cosmetisch geneuzel in al die jaren inhoudelijk niet veel veranderd en dus was de belangrijkste vraag die er rond 2010 werd gesteld: wie gaat dat betalen? Het antwoord is bekend; werkgevers en werknemers. Ehhh, klein referendum doen in Nederland? De vraag is de volgende: “Ik hoef niet meer mee te doen met de verplichte regelingen waarbij ik toch niet weet wat ik straks op het eind van de rit krijg, dus geef me belastingvoordeel wanneer ik mijn pensioen zelf regel. Ja/Nee” Nou, wat zou de uitslag zijn, ergens in de 60% die het liever zelf regelt?

Meer individuele vrijheid, niks geen collectief gedram meer en voor mijn part zijn er een stuk of 10 pensioenfondsen waar mensen zelf mogen shoppen op basis van prestaties en voorwaarden. Chili is bijvoorbeeld zo’n land dat een dergelijk model hanteert; ik geloof iets van 6 fondsen en misschien best eens leuk om naar te kijken. “Eh, dacht het niet”, zegt Den Haag, “want dan hebben we nog grotere problemen dan er nu al zijn. Dus verwacht van ons vooral veel woorden, nog meer beloftes, onderzoeken, commissies en krachtige verklaringen met nog meer krachtige toezeggingen. Maar lieve mensen, verwacht alsjeblieft vooral geen veranderingen, want veranderen betekent zetelverlies en staat in electoraal opzicht dus gelijk aan politieke zelfmoord.”

Het verschil tussen politieke feiten en feiten

Ook is het belangrijk om te begrijpen dat politiek niet over feiten gaat maar over macht en dominantie om vanuit een ideologisch kader nu te willen bepalen hoe de wereld er in de toekomst moet uitzien. De aandacht gaat dus in deze verkiezingstijd vooral uit naar de ‘feitenstrijd’. Wat zijn ‘echte’ feiten, welke feiten tellen wel en welke niet? Welke waarheid past het best bij de feiten die een rol spelen in het spel waar het in de politiek om gaat: die van de politiek zelf? Dus zo belicht, kan het voor de politiek noodzakelijk zijn om niet te veranderen hoewel dat voor de samenleving en haar burgers meer dan wenselijk is.

Waar het de sociale zekerheid betreft ligt het nog complexer: de financiering van ons stelsel hangt volledig aan zaken als collectieve wet- en regelgeving van bovenaf met belastingen, heffingen en premies op basis van dienstverband, solidariteit, collectiviteit. Dat deze modellen steeds meer indruisen tegen de toenemende wens van burgers, zzp’ers, zelfstandigen, werkgevers en werknemers die snakken naar meer zelfbeschikking en meer recht op eigen keuzes, dringt tot (nagenoeg) geen enkele politicus door. Signalen die hiervan getuigen worden genegeerd en beantwoord met ideologie op basis van politiek gekleurde feiten die zijn aangepast aan wenselijke en heersende opvattingen. Een ideologie kan dus volledig stoelen op politieke feiten die verder weinig met de realiteit van doen hoeven te hebben (we hebben hiervan in Amerika zojuist een mooi voorbeeld gehad met de ‘alternatieve realiteit’ m.b.t. het aantal bezoekers bij de inauguratie). Ook events als de Brexit, Trump en de Europese opmars van het populisme danken hun succes aan de weigering tot verandering.

Belang politiek: bestaande financiering in stand houden

Dus de Nederlandse politiek heeft enorme (financiële) belangen bij het handhaven van een status quo met behulp van ideologische onderwerpen als ‘preventie, een leven lang leren, vitaliteit en duurzame inzetbaarheid’ en het bombarderen van containerbegrippen als werkstress en burn-out als beroepsziekten. Op deze manier wordt de ideologie een handig instrument waarmee de aandacht wordt afgeleid van waar het echt om gaat: niet willen veranderen en de bestaande financiering van het stelsel koste wat het kost in stand houden. De inzet is enorm want alleen verzuim en arbeidsongeschiktheid kosten de werkgevers al meer dan 35 miljard euro per jaar! Alles wat tegen deze ideologie ingaat wordt afgestraft en loopt te pletter tegen een gekleurde muur van censuur bij de politiek, pers, media, vakbonden, belanghebbende dienstverleners, enzovoorts.

Mijn vorige blog is bedoeld als een tegenlicht op de ideologie als instrument om de huidige financiering van het stelsel intact te houden. Een tegenlicht om de ongelijkheid van risico en de eenzijdigheid van het notaverkeer inzichtelijk te maken. Maar met de blog heb ik ook een achterliggende en diepere boodschap en met name de reactie dat ‘verzuim voornamelijk een uiting en gevolg van cultuur is’, maakt de uitnodiging voor extra uitleg onweerstaanbaar.

Verzuim is een typisch menselijk fenomeen

Laten we ons eerst gaan voorstellen dat we in 2017 nog net kunnen zeggen dat onze collega’s mensen zijn en geen machines, computers en/of robots. Daarom is het misschien ook verstandig dat we proberen om zelf eerst na te denken in plaats van blind mee te hollen in de huidige tsunami van het verlof- en inzetbaarheidspreken.
Laten we ons, voordat we ideologisch gedreven op basis van broodjes Apekool blind met allerlei protocollen aan de slag gaan, eerst eens wat zaken afvragen. Waarom gaan we dit eigenlijk doen, wat gaan we doen, waar en bij wie liggen de risico’s en wie is de grootste belanghebber?

Machines en robots gaan kapot en zijn dan niet langer inzetbaar. Of je repareert ze óf je schrijft ze af en vervangt ze door nieuwe. Zoals gezegd is het nog steeds zo, de vraag is hoe lang nog, dat onze collega’s mensen zijn. En mensen hebben nu eenmaal de onhebbelijke eigenschap dat ze arbeidsongeschikt kunnen worden en dan tijd nodig hebben om (zelf) te herstellen. Mensen, ikzelf voorop, zitten nu eenmaal soms wat minder in hun vel en hebben dan bijvoorbeeld een periode dat 75% voor dat moment 100% is of 3 dagen in plaats van 5 de max is. Verzuim is dus niet voornamelijk een uiting en gevolg van cultuur als ware het een rubricering. Nee, verzuim is een typisch menselijk en dynamisch fenomeen wat je niet kunt ontkennen en/of herbenoemen zodat het er dan niet meer is.

Machinale beoordeling van de factor werk

Veel dienstverleners adviseren hun klanten om te werken met verlofsoorten omdat je ze dan makkelijker kunt groeperen, volgen, in kaart brengen, inschatten, budgetteren, er beleid op kunt schrijven en wat voor moois nog meer. Zwangerschapsverlof, ouderschapsverlof, partnerverlof, adoptieverlof, vakantieverlof, studieverlof, calamiteitenverlof, zorgverlof en verzuimverlof moeten niet worden verward met bijvoorbeeld kapot-beeldschermverlof, olielekkage-verlof, hardwarefailureverlof, softwarevirusverlof of bedradingstoringverlof: het past allemaal prachtig in de spreadsheetprogramma’s en er zijn adequate werk- en tijdschema’s aan te hangen.

Deze goed bedoelde kunstgrepen met allerlei verloftypes en ‘het niet centraal stellen van een zieke werknemer maar ‘ziek zijn’ vervangen door ’inzetbaar’ versterken ongewild nog meer wat er al lang en toenemend aan de gang is: een machinale beoordeling van de factor werk, ongeacht of de arbeidsprestatie door mens of machine wordt geleverd. Prestaties worden inzichtelijk gemaakt met behulp van programma’s, spreadsheets en timeframes zodat de factor arbeid beter kan worden gemeten, gecontroleerd en gemanaged. Ligt hier een belangrijke oorzaak voor de problemen en de onvoorstelbare bureaucratie in de zorg, het onderwijs en andere mensen-mensen gestuurde dienstverlenende organisaties? Dit soort organisaties zijn nu al tussen de 30% en 40% van hun beschikbare tijd kwijt aan administratieve verplichtingen ten behoeve van meetbaarheid, protocollen, management informatie en meer van dit moois.

Juist door de jungle aan regeltjes, rechten, toezeggingen, verplichtingen, belastingen, premies, nota’s voor dienstverleners enzovoorts, maken steeds meer werkgevers exact de tegenovergestelde keuzes dan ideologisch gewenst. Pas nog een berichtje: ABNAMRO maakt meer dan miljard winst maar er gaan dit jaar nog zeker 2.000 mensen ontslagen worden. Kijk even naar de verzekeraars en banken die de afgelopen jaren ettelijke tienduizenden mensen, waarvan niet geheel toevallig heel veel 50-plussers, hebben ontslagen. Hoezo duurzame inzetbaarheid? Nog meer (wettelijke) dwang straks?

Onbedoelde botsing tussen mens en machine

Ziek zijn en arbeidsongeschikt zijn is menselijk en plak je niet als fenomeen of uitvloeisel van cultuur in een spreadsheet om te kijken welke verlofsoort erbij hoort. Maar met de door kreten als bevlogenheid, flexibiliteit, mobiliteit en vitaliteit ondersteunde ideologisch opgelegde inzetbaarheid wordt ‘werken’ steeds meer een factor met een harde koude machinale en calculeerbare klank. Nu gaat het nog om de instandhouding van de financiering van ons stelsel, maar wat is straks nog de waarde van menselijke arbeidskracht wanneer straks alle programma’s, aansturingen, spreadsheets, timeframes en werkschema’s nog verder worden uitgediept, gerubriceerd en verbeterd? Wat zullen de gevolgen zijn en welke afweging wordt er dan gemaakt: mens of kunstmatige intelligentie? Wie gaat wie ondersteunen in het arbeidsproces van de nabije toekomst: de computer de mens of de mens de computer?

Menselijke factor arbeid wordt straks te duur en onzeker

De politiek veroorzaakt zo zelf een onbedoelde botsing tussen menselijke arbeid en machinale arbeid. Door krampachtig en tegen alle verhoudingen in vast te houden aan verouderde stelsels die steeds meer worden ingehaald door de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie, scheppen ze zelf een klimaat waardoor de menselijke factor arbeid straks te duur (verhouding prestatie en beloning), onzeker (verzuim) en onbetrouwbaar (geen rechte prestatiecurve) gaat worden. Ongeacht de politieke kleur in Nederland of Europa de komende jaren, het is herijken en veranderen of straks nog harder botsen met alle gevolgen van dien. Wat is nu bijvoorbeeld de belasting op € 50.000,- loonwaarde wanneer die wordt geleverd door kunstmatige intelligentie versus € 50.000,- loonwaarde op basis van menselijke intelligentie als arbeidskracht?

Wat dan mogelijke oplossingsrichtingen zouden kunnen zijn? Dat laten we binnenkort zien in een nieuwe blog.

2 Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *