Uitgelichte opleidingen:

Nieuwe tijden

We leven in supersonische tijden, de wereld om ons heen verandert zo snel dat het allemaal bijna niet meer bij te houden is. Zo gaan tijdsbesef en de snelheid van veranderen hand in hand en ze verdelen onze verwarring heel eerlijk: een jaar gaat schijnbaar steeds sneller voorbij, maar gelukkig gaan de veranderingen zo snel dat het lijkt dat het nog net zo lang duurt als vroeger. Het enige slachtoffer zal ons geheugen zijn, tenzij daarvoor binnenkort een geheugendrankje met een soort van nano MB-upgrade wordt uitgevonden. Digitaal nieuws op de smartphone, twitter, facebook en whatsapp, nieuws en nepnieuws, de baas met tig mailtjes, de zoveelste reorganisatie, de megalomane weerrecordpiepers; het is om bijkans gek te worden van alle prikkels.


Nano MB’s worden voor ons als gewone mensen bijna een absolute noodzaak om straks nog een beetje mee te komen, maar stel je nou eens voor dat je minister van Sociale Zaken bent en Wouter Koolmees heet. Hoe gaaf is dat? Geen stress, geen jachtigheid, geen veranderingen die voor het eind van de dag al verouderd zijn. Nee, voor onze minister loopt de tijd als een soort van dikke stroop langs de lepel des tijds en er verandert bijna niets. “Hmmmm, so was von lecker”, zouden onze Oosterburen zeggen. Een heerlijk leven zonder jachtig bestaan, louter gevuld met ijkpunten die het broodnodige houvast bieden. Bijvoorbeeld de manier waarop de vakbonden werken? Zalig lekker voorspelbaar alsof de tijd heeft stil gestaan. En wat te denken van het kopje koffie met collega (Wopke) Hoekstra over de perikelen bij de Belastingdienst: nog steeds de oude vertrouwde toestanden met ICT en personeel. Gevalletje reorganisatie gedraaid waarbij de goede mensen zijn opgestapt en de beoogde vertrekkers vaster in het zadel zitten dan ooit tevoren. Kost een half miljard extra, maar dan heb je ook wat. Alleen wel jammer dat controles daardoor even bijna niet meer mogelijk zijn. “Och”, zegt Wouter, “mijn rots in de branding is UWV. Zelfs na de task force van Lodewijk (Asscher) en de expertgroep die ik zelf vorig jaar november heb ingesteld zijn ze absoluut betrouwbaar.” Ze hadden in 2015 een achterstand van 37.000 keuringen voor de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en die is in 2018 toch maar mooi uitgebouwd naar een niet te overbruggen 64.000 keuringen. Dat is een gat dat Chris Froom zelfs met 100 extra pufjes niet kan overbruggen. “Maar ik geef het niet op en overweeg de keuringen ook door andere professionals dan alleen (verzekerings)artsen te laten uitvoeren.” “Zo Wouter, dat is wel wat gewaagd hoor, daar krijg je oppositie op”, roert Wopke wat in zijn koffie.

Oncontroleerbare rekeningen

Maar in de gewone wereld veranderen de dingen op dit moment wel supersnel en de gewone wereld is groter dan Nederland alleen. Tijdens mijn lessen en lezingen en in de stukjes die ik schrijf, probeer ik studenten, luisteraars en lezers wat mee te geven over de mogelijke effecten van veranderingen waar het de arbodienstverlening betreft. In dit kader wil ik het iets breder trekken naar de Zorg en wel naar de facturering van de dienstverlening. Al langer voorspel ik dat de impact van de AVG straks zo groot zal zijn, dat je als werkgever als het ware oncontroleerbare rekeningen gaat betalen. In mijn presentatie gebruik ik daarvoor een fantasiefactuur van een bedrijfje dat ik Wiertbirt BV noem en de reacties zijn altijd overweldigend eenvoudig: dat gaan wij echt niet betalen. “Je denkt toch zeker niet dat ik een rekening betaal als ik niet weet waar die voor is?” “Wanneer een rekening niet aan onze inkoopvoorwaarden voldoet wordt er hoe dan ook niet betaald.” Dat soort dappere en niet voor de poes zijnde stevige replieken op mijn voorspelling dat er straks geen werknemer, geen behandeling, geen tijd, geen plaats maar gewoon niets meer dan een bedrag op de rekening staat.

In Duitsland gebeurt het al!

En wat schetst mijn verbazing? Er zijn al Wiertbirts die dit soort rekeningen echt aan werkgevers versturen en wel bij onze Oosterburen en dat is ‘so was von nicht lecker’. Ik heb in Duitsland een klein bedrijf met personeel en voor dat bedrijf krijgt de Nederlandse moeder een keurige nota die aan de allerlaatste standaard van de Europese privacywetgeving (GDPR) voldoet. Je kunt van onze buren zeggen wat je wilt, maar ze zijn ‘noch immer sehr gründlich’ en in dit geval ook nog eens ‘sehr schnell’.

Het IKK, een ziekenfonds (Krankenkasse,) stuurde voor een werknemer van mijn bedrijfje een nota waar voor mij toch een luchtje aan zat; fake news in de vorm van een nepnota en daar tuinen we dus mooi niet in. Bovendien heb ik mijn eigen betalingsvoorwaarden, heeft de afdeling Inkoop geen ordernummer opgemaakt en kan de factuur helaas niet voor betaling worden vrijgegeven. Je begrijpt het al, een knipoog naar de toehoorders van de grote werkgevers die op grond van deze argumenten zekers te weten niet gaan betalen. Kijk zelf eens naar de nota hieronder en geloof me, hij is echt en hij is inmiddels in opdracht van mijn Steuerberater (belastingadviseur) gewoon wel betaald.

Je ziet niet voor wie je betaalt, niet waarvoor je betaalt en niet wat je betaalt. Er is geen ordernummer genoteerd en de lay-out hebben ze zelf bepaald. Op pagina 2 van het document staat niet de verwachte betalingstoelichting maar een uitleg van het boeteverloop bij niet betalen en daar stonden best een paar zinnige argumenten bij om dat dus toch maar wel ‘schnell’ te doen. Zou het trouwens wat uitmaken of de werkgever een paar mensen in dienst heeft of tigduizend? Nee, en alle andere argumenten die nu vaak worden genoemd ook niet.

Blind nota’s betalen of op zoek naar een nieuwe oplossing?

En zo ontstaat er een uitdaging die precies in de nieuwe tijden past: gaan werkgevers straks blind nota’s betalen en gaat er daardoor in Nederland jaarlijks een paar miljard euro aan (verzuim) dienstverlening min of meer oncontroleerbaar onder water? Of bedenken werkgevers, nadat ze van hun ‘dat betaal ik gewoon toch niet attitude’ zijn afgestapt een model waardoor deze geldstroom ook binnen de nieuwe wettelijke AVG-kaders toch controleerbaar blijft? Een niet al te moeilijke oplossing kan worden gevonden in de medisch accountant; een bedrijfsarts die speciaal opgeleide register casemanagers in taakdelegatie de controles op deze geldstromen laat uitvoeren.

Ook zullen er partijen zijn die dit over de lijn van de zorgverzekeraar zullen willen laten lopen, maar dan heb je nog steeds dezelfde uitdaging: hoe controleer je je eigen geldstromen? Verzekeraars hebben in de ogen van werkgevers de afgelopen decennia in de categorieën betrouwbaarheid en goedkope dienstverlening nu eenmaal niet echt heel veel olympische medailles gewonnen. En los daarvan heeft de gemiddelde financieel directeur dan nog steeds een weinig prettig onderbuikgevoel, omdat de geldstroom dan nog steeds buiten de invloedssfeer van de eigen organisatie ligt. En daar zit straks naast de controleerbaarheid de echte uitdaging: hoe hou ik als werkgever grip op geldstromen?

Komt de oplossing dan misschien uit Den Haag? In Den Haag stroomt de tijd als altijd loom stroperig door en in opdracht van het ministerie van SZW gaat een werkgroep zich na het zomerreces (hallo het is 2018!) buigen over hoe Taakdelegatie eruit zou kunnen gaan zien. Ter vergelijk: de eerste bouwtekening voor de ontwikkeling van de opleiding Taakdelegatie binnen CS is van eind augustus 2014.

De SER blijft op basis van slimme percentagebelichtingen (16% van de werknemers zou geen vertrouwen in de bedrijfsarts hebben, de 84% die dat wel heeft wordt gemakshalve even terzijde geschoven) lekker doorduwen op de komst van de arbeidsarts. Die zou wel betrouwbaar zijn omdat die uit publieke middelen wordt betaald. Komisch, want dat wordt de verzekeringsarts van UWV ook en het klachtenpercentage bij verzekeringsartsen is een veelvoud van 16%!
De media blijven intussen onverminderd burn-out als beroepsziekte hypen, terwijl de arbodiensten en aanverwante dienstverleners vol voor preventie en het goede gesprek als de oplossing gaan. De nota van IKK is echt ook ons voorland en de nieuwe tijden vergen voor de werkgevers een innovatieve aanpak met bijbehorende oplossingen. De grootste uitdaging zal zijn dat de werkgever centraal moet staan in plaats van de werkwijze en de producten van de arbodiensten en de dienstverleners.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *