Dit is een oud nieuwsbericht. De inhoud kan inmiddels achterhaald zijn door recentere ontwikkelingen.
Uitgelichte opleidingen:

Meer marktwerking in het hybride stelsel WGA?

De regeling WGA kent voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten een hybride verzekeringsstelsel, oftewel een keuze voor de werkgever tussen een publieke verzekering bij het UWV of kiezen voor het WGA-eigenrisicodragerschap. Veelal met een private verzekering. Diverse onderzoeken laten zien dat er geen level playing field is tussen de publieke en de private markt. De verzekeraars stapten 1 voor 1 ook de WGA-markt uit vanwege de megagrote verliezen en het ongelijke speelveld waarbinnen geen concurrentie mogelijk is. Bovendien zou het risico nog groter worden met de komst van de samenvoeging vast en flex per 2017. Het eigenrisicodragerschap WGA is dan niet alleen meer voor werknemers met een vast dienstverband maar ook voor werknemers met een flex-dienstverband. Asscher is met het wetsvoorstel ‘verbetering hybride stelsel WGA’ de private verzekeraars tegemoetgekomen om zo te zorgen dat het hybride systeem met keuzemogelijkheid tussen UWV of het eigenrisicodragerschap met private verzekering blijft bestaan.

Verstoorde concurrentie

De concurrentieverhoudingen waren erg verstoord omdat bedrijven het uitlooprisico van de WGA-schade bij de verzekeraars kunnen achterlaten en als ‘schoon bedrijf’ weer terug kunnen gaan naar het UWV. Zij profiteren dan voor tenminste vier jaar van de minimumpremie in het publieke bestel en ook daarna gaan de premies slechts zeer geleidelijk omhoog. Hier konden verzekeraars niet tegenop concurreren. Juist omdat de verzekeraars al zoveel verliezen geleden hebben, zijn ze nu reële tarieven gaan vaststellen conform de in te schatten risico’s. Deze tarieven bij de private verzekeraar kunnen 10 tot wel 20 keer hoger uitvallen dan bij het UWV. De minister is ze tegemoet gekomen met een ingrijpende systeemverandering per 2017.
Van privaat terug naar publiek bestel: premie o.b.v. historische schade
Grote verandering is dat de (middel)grote bedrijven die na 1 juli 2015 van privaat naar publiek overstappen vanaf 2017 niet meer worden ingedeeld in de minimumpremie, maar worden afgerekend op de eigen historische cijfers. Voor kleine bedrijven (premieloonsom < 319.000 euro) verandert er niets. Zij worden ingedeeld op de sectorpremie en dus niet afgerekend op eigen schade.

Van publiek naar privaat: staartlasten blijven achter bij UWV

Een ander belangrijk verschil is dat bedrijven die juist over willen gaan van publiek naar privaat, vanaf 2017 niet meer te maken krijgen met inlooprisico’s, maar hun risico’s als staartlast bij het UWV achter kunnen laten. Dit is vooral gunstig voor bedrijven die nog niet eerder eigenrisicodrager voor de WGA waren geworden. Voor hen wordt het zeker aantrekkelijk om eigenrisicodrager WGA te worden omdat ze schoon over gaan. Maar dan moeten ze wel laten zien dat ze grip hebben op de schade, anders zullen ze bij de private verzekeraars ook hoge premies krijgen. De 100% overheidsorganisaties gaan vermoedelijk de WGA helemaal zelf voor eigen risico dragen omdat ze geen garantieverklaring nodig hebben (de borgstelling). Zij kunnen immers niet failliet gaan.

Eerbiedigende werking

Het wetsvoorstel geeft aan dat bedrijven die wel recent eigenrisicodrager WGA zijn geworden en daarvoor nog forse koopsommen hebben betaald, deze niet terugkrijgen! De situatie zoals die geldt op 1 juli 2015 blijft van kracht. Dus bedrijven die reeds eigenrisicodrager zijn en dit hebben afgefinancierd met koopsommen en/of premieopslagen moeten die blijven betalen!

Bedrijven met veel schade toch nog op de minimumpremie?

Opvallend is dat de eerbiedigende werking ook geldt voor de bedrijven die al eerder waren teruggekeerd van privaat naar publiek. Alle bedrijven die al voor 1 juli 2015 van privaat naar publiek zijn teruggegaan houden nog de voordelen. Ze hebben tenminste vier jaar lang een minimumpremie, maar daarna ook nog een zeer geleidelijk stijgende premie alleen voor nieuwe WGA-instromers. Zelf vind ik het onrechtvaardig dat met deze eerbiedigende werking juist de werkgevers beloond worden die bij de private verzekeraars zoveel schade hebben veroorzaakt, dat ze of niet konden blijven (of alleen tegen zeer hoge premies). Ze mochten voor de minimumpremie terug naar het UWV en houden deze minimumpremie dus tenminste 4 jaar. Op deze manier voelen ze nog zelf de rekening van de eigen schade niet. Die is dan uitgesteld en als ze de rekening gaan voelen, kan dat al te laat zijn (zijn ze opnieuw onverzekerbare risico’s). Het voelen van de rekening is juist zo nodig zodat ze actief werk maken van goed verzuim- en re-integratiemanagement.

Komt er nog een correctie?

Met het huidige wetsvoorstel worden degenen die voor 1 juli 2015 zijn teruggegaan tot en met 2029 nog voor deze keuze beloond. De kans bestaat dat dit alsnog gecorrigeerd gaat worden bij de behandeling van het wetsvoorstel, omdat ook de Raad van State een kritische kanttekening heeft gemaakt als er twee premievaststellingen van toepassing zijn bij het UWV. Ze pleiten ervoor dat een ieder bij het UWV op basis van de eigen historische schade vanaf 2017 worden afgerekend.

Strategisch overstappen: aanpassing anti-duiventilmaatregel

Al in september 2015 maakte minister Asscher bekend dat indien de werkgever de garantieverklaring voor het eigenrisicodragerschap laat eindigen en terugkeert van de private naar de publieke verzekering, er altijd een wachtperiode gaat gelden van drie jaar. De zogenaamde anti-duiventilmaatregel wordt dus aangescherpt: de driejaarstermijn is ook van toepassing indien de private verzekeraar de garantiestelling intrekt. Het wetsvoorstel regelt dat deze maatregel met terugwerkende kracht ingaat voor alle bedrijven die op of na 1 januari 2016 zijn teruggegaan van privaat naar publiek.

Marktwerking is terug

Dat de staartlasten achter mogen blijven en alle bedrijven vanaf 2017 weer schoon over mogen gaan naar de private verzekeraars, draagt zeker bij tot een betere marktwerking. De grote verzekeraars hebben aangegeven op de WGA hybride markt te willen blijven. De premiestelling is echter nog niet bekend, met name voor de private verzekeringsdekking van WGA-flex zijn er nog behoorlijke onzekerheden. Ook wordt het nog een hele operatie om voor alle eigenrisicodragers op tijd de garantieverklaringen (borgstelling) rond te krijgen met zowel dekking van vaste werknemers als flex-werknemers. Verzekeraars zullen vermoedelijk als randvoorwaarde minimaal eisen dat de werkgever dan ook eigenrisicodrager voor de Ziektewet moet worden, om tijdens de Ziektewetjaren (104 weken) aan schadelastbeperking te kunnen werken. Kortom, zowel de markt voor het Ziektewet-eigenrisicodragerschap als de markt voor het WGA-eigenrisicodragerschap heeft een enorme boost gekregen met de komst van dit wetsvoorstel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *