Dit is een oud nieuwsbericht. De inhoud kan inmiddels achterhaald zijn door recentere ontwikkelingen.
Uitgelichte opleidingen:

Einde hangmatconstructies?

Het is spitsuur op de snelweg van de sociale zekerheid en het ziet er naar uit dat de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid serieus probeert de klontering en filevorming binnen het verzuim op te lossen.  Vooruitlopend op het SER-advies kondigt hij alvast drie maatregelen aan om de knelpunten rond loondoorbetaling te verminderen. De hangmatten kunnen weg want de re-integratie gaat beginnen zo lijkt het. Maar wat is nu eigenlijk een hangmatconstructie?

Tijdens het najaarsakkoord 2004 is met sociale partners afgesproken dat de loondoorbetalingsverplichting gerekend over de eerste 2 ziektejaren in beginsel niet meer dan 170% zou zijn. Alleen bij voldoende re-integratie-inspanningen zou meer dan 170% kunnen worden betaald. Als we nu naar een gemiddelde cao in de publieke sector kijken dan zien we dat er (met name bij de Gemeenten en Rijksoverheid) bij ziekte niet 2 maar 3 jaar loon wordt doorbetaald. Blijft over ‘voldoende re-integratie-inspanning’, nou die inspanning is ook bij een flinterdunne activiteit, laten we zeggen een cursus tarotkaarten leggen, lange afstand punniken of HAKA-dansen, al geleverd. Kijk eens hoe we aan onze re-integratie werken en die 100% loondoorbetaling zit in the pocket.

En stel dat er daarna wel of geen WGA-toekenning is dan zijn er tal van verzekeringsproducten of andere regelingen die maken dat er nog steeds een solide inkomenssituatie is. Zo zijn er cao’s die regelen dat wanneer er geen WGA-toekenning is (indeling 0-35% AO dus de werknemer is arbeidsgeschikt voor passend werk) de werkgever niet mag ontslaan. Wanneer de werknemer dan niet komt werken, voor het eigen werk is hij immers wel arbeidsongeschikt, dan betaalt de werkgever voor een bepaalde periode toch 70% van het loon door. Of er is een WGA-bodemverzekering, ook dan is de formule; niet arbeidsongeschikt maar niet werken dan toch 70% tot 80% loon voor een aantal jaren. Dat noemen we de hangmatconstructies.

Klein nadeel van dergelijke regelingen is dat de kans op re-integratie minimaal wordt en uiteindelijk de werkgevers en verzekeraars erg veel geld kosten omdat zij de premies betalen en die premies veel te laag zijn (paar tientjes in de maand). Terwijl zzp’ers zich niet (kunnen) verzekeren omdat die verzekeringen met een soortgelijke dekking al snel een paar honderd euro per maand kosten en er dan ook nog eerst sprake van individuele medische acceptatie is. In de allerlaatste heel kleine en korte alinea van zijn brief haalt de Minister aan dat hij met sociale partners in gesprek gaat om de bovenwettelijke aanvullingen bij de loondoorbetaling te beperken conform genoemd najaarsakkoord 2004.

Nou da’s mooi zou je denken of juist helemaal niet, want het is een beperking van de rechten. Die discussie laat ik aan me voorbij gaan, we horen wel hoe dat politieke spektakel gaat verlopen. Misschien is het meer interessant om eens te kijken wat de motieven van de Minister zouden kunnen zijn. Het is gissen en dus speculeren, maar laten we eens naar de geldstromen kijken die met hangmatloonschade te maken hebben.

Stel dat er op jaarbasis ongeveer 10.000 werknemers in de publieke sector een 3e jaars loondoorbetaling ontvangen (daar zou direct voor worden getekend) en stel dat het gemiddelde inkomen wat wordt uitgekeerd € 35.000,- bedraagt, dan is de hangmatloonschade € 350.000.000,- (dus 350 miljoen euro). En stel dat er in de 2e jaars loondoorbetaling ongeveer 15.000 werknemers 70% van € 35.000 zouden ontvangen in plaats van 100%. Dat is dan € 525.000.000,- x 30% = € 157.000.000,- (dus 157 miljoen euro). Voor de snelle rekenaar betekent deze versobering, gewoon kwestie van de in 2004 gemaakte afspraken nu wel gaan naleven, een besparing van € 507.000.000,- (iets meer dan een half miljard euro).

Het toeval wil dat we juist op dit moment een klein extra tekort hebben van een miljard of 2 en op deze manier heeft de coalitie voor de eerste 25% (en ik denk nog wel een stukje meer) een sluitende begroting. Want als we daarbij in ogenschouw nemen dat mijn aannamen qua aantallen werknemers en gemiddeld jaarsalaris aan de lage kant zijn, zou het theoretisch best wel eens kunnen zijn dat de Minister de handen op elkaar krijgt en de afspraken uit het najaarsakkoord 2004 na 12 jaar nog in 2016 een meer dwingend karakter gaan krijgen. Verder geeft de Minister aan dat hij 3 maatregelen wil treffen.

Punt 1.  Geen loonsanctie voor onvoldoende re-integratie-inspanningen Spoor 2

Na het hangmatten-onderdeel ga ik nu in op de 3 punten, te beginnen met de inperking van het afgeven van de loonsanctie door UWV voor onvoldoende re-integratie-inspanningen Spoor 2. Bedoeld wordt de loonsanctie die de werkgever krijgt wanneer de werkgever onvoldoende heeft geprobeerd om de werknemer bij een andere werkgever te re-integreren (zoals bepaald in artikel 658a, eerste lid, Boek 7 Burgerlijk Wetboek) ook wel Spoor 2 genoemd. Het wel of niet inzetten van Spoor 2 moet nu een keuze worden van werkgever en werknemer op advies van de bedrijfsarts. Dit zinnetje heb ik toch echt wel een keer of 5 moeten nalezen. Niet dat het zo moeilijk is wat er staat, maar je moet deze activiteiten combineren met de spelregels die Autoriteit Persoonsgegevens (AP) gisteren afgaf. Ik kan me niet helemaal aan de indruk onttrekken dat er toch een nog wel paar kleine afstemmingsplooitjes moeten worden gladgestreken.

De AP geeft ten aanzien van het re-integratieverslag aan dat de werkgever alleen de medische gegevens mag hebben die de werkgever mag verwerken en dat de bedrijfsarts een tweede medisch deel opstelt en dit rechtstreeks aan de zieke werknemer verstrekt. Dit verslag mag de werkgever niet inzien. (hoofdstuk 5.3.3.). En nu stelt de Minister voor dat het 2e spoortraject de keuze wordt van werkgever en werknemer op advies van de bedrijfsarts. Oké, nu ben ik de hardwerkende directeur van schildersbedrijf De Gouden Kwast met 25 werknemers en geloof me, ik geloof echt dat ik het nu toch echt niet helemaal meer begrijp hoe ik dit moet oplossen. Wordt vast vervolgd!

Punt 2. Vervroegde IVA-keuring door werkgever aan te vragen

De Minister geeft aan dat hij gaat regelen dat niet alleen de werknemer, maar onder voorwaarden ook de werkgever deze keuring kan gaan aanvragen. Op zich een goed idee, maar met name de duurzaamheid verdient extra aandacht. Deze wordt niet, zoals de Minister aangeeft, alleen door de bedrijfsarts medisch onderbouwd maar (in het kader van de duurzaamheid) ook door de medisch specialist. Naast dit element is het ook handig wanneer de Minister voor de werkgevers dan wel een vrijwaring richting de Autoriteit Persoonsgegevens regelt. Zonder kennis van de medische situatie en de duurzaamheid liggen de aanvraagformulieren voor een vervroegde IVA-keuring door de werkgever op een eiland Utopia genaamd.

Punt 3.  Forward looking premiestelling

Bij dit punt gaat de Minister in op het verschil tussen de mogelijke premieberekeningen die verzekeraars kunnen gebruiken voor het vaststellen van de premie voor een verzuimverzekering. Afhankelijk van de methode kunnen er sterke premieschommelingen ontstaan en daardoor kunnen werkgevers in de problemen komen. Zonder op de achterliggende (actuariële) methodieken in te gaan komt het verschil er op neer dat je:
1. de premie bepaalt door naar de toekomst te kijken (‘forward looking’);
2. de premie betaalt door naar het verleden te kijken (is dat dan ‘backward looking’?).

Volgens de Minister ontstaat bij backward looking (to or toward what is behind) de situatie dat er de afgelopen jaren geen verzuim is geweest en dat er daardoor een lage premie wordt afgegeven. Als er dan tijdens de duur van de verzekering sprake is van langdurig verzuim dan wordt daardoor de premie beïnvloed, die stijgt dan en de premieschok die daardoor ontstaat is ongewenst.

Bij een premiebepaling op basis van een risicobeoordeling op basis van ‘forward looking’ dus richting de toekomst, ontstaat er een veel meer stabiele premie. Volgens de Minister zijn er steeds meer verzekeraars die deze methodiek gebruiken en hij is hier een voorstander van. Ik ben echt meer dan reuze benieuwd naar de risico-technische onderbouwing van een premiebepaling zonder weging van het verleden op basis van een toekomstige risico-inschatting. Ik kan bijna niet wachten op de uitleg die daarover zal vast nog gaat volgen. Voordat die uitleg komt wil ik wel een paar aandachtsgebieden benoemen. Het probleem van de instabiele premie ontstaat in dit voorbeeld volgens de Minister door de ad hoc verrekening van meerjarig verzuim. Breng de loondoorbetalingsverplichting terug naar 1 jaar en de premie wordt al veel stabieler. Maar ook bij forward looking moet er ergens toch een verrekenmoment van de schade komen. Daardoor is er mogelijk toch sprake van een schijn-stabiliteit zoals die nu ook door een omslagpremie met een T-2 vertraging ontstaat.

Schijnstabiliteit door de omslagpremie met een T-2 vertraging? Stel een werknemer meldt zich op 22 april 2016 ziek en blijft dit 2 jaar dus tot 22 april 2018. De contractperiode voor de verzekering verloopt op 31 december 2018 dus de premiecorrectie voor de uitgekeerde loonschade vindt dan plaats per 1 januari 2019. De premie was erg laag want er is naar de toekomst gekeken en er was weinig kans op schade. Wat denkt u wat er per 1 januari 2019 met de premie gaat gebeuren? Vooruitschuiven is misschien politiek gezien vaak een wenselijke vorm van stabiliteit maar blijkt praktisch gezien vaak niet erg handig.

De Minister geeft aan over dit onderwerp met de verzekeraars in gesprek te gaan. Ik denk dat de verzekeraars het gesprek dan ook ergens anders over zullen willen voeren; als ik het rapport van de AP gisteren goed bestudeerd heb dan mag de verzuimverzekeraar geen medische claimbeoordeling (meer) doen. Of er dan een terechte uitkering wordt toegekend kan niet worden beoordeeld. Voorbeeldje? Wanneer er sprake is van een verzuimmelding ten gevolge van een arbeidsconflict dan is er geen dekking voor de verzuimverzekering. Maar wie kan dat straks nog controleren nu de beleidsregels van de AP hier geen ruimte voor bieden? En als er alleen maar op schadelast gebaseerde risicobeoordelingen kunnen plaatsvinden dan denk ik dat de backward looking premie-methode glansrijk gaat winnen.

Ref: 2016-0000107376 Loondoorbetaling bij ziekte (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *