De hoogste tijd voor het verbeteren van de re-integratie tweede spoor

Als we terugkijken op 20 jaar sociale zekerheid dan wijzen diverse onderzoeken uit dat de invoering van de Wet verbetering poortwachter en de loondoorbetalingsplicht goed gewerkt hebben. Het lukt beter om zieke werknemers binnen het eigen bedrijf weer aan de slag te krijgen. Re-integratie van de zieke werknemer buiten het eigen bedrijf (re-integratie tweede spoor) lukt echter minder goed. Daarom heeft minister Koolmees van SZW eind 2018 met werkgevers en werknemers afgesproken  experimenten uit te voeren om de kans op succesvolle re-integratie tweede spoor te verbeteren.

ZonMW-programma ‘Verbetering re-integratie tweede spoor’

ZonMw ontwikkelt hiertoe het programma ‘Verbetering re-integratie tweede spoor’. Hiervoor is eerst door de beleidsonderzoekers een uitgebreide kennissynthese opgesteld met onderzoek naar de werkzame elementen van, en ervaringen met re-integratie tweede spoor. Ze schatten dat het percentage werknemers dat vanuit het tweede spoor werk hervat ongeveer 30-40 procent bedraagt. Dit vind ik persoonlijk een erg hoge schatting, als er tenminste een plaatsing in betaalde arbeid wordt bedoeld. Ik ben onder de indruk hoe de beleidsonderzoekers de kennissynthese hebben opgesteld. Het geeft aanknopingspunten waar er verbeteringen mogelijk zijn.

Namens de casemanagers maar ook zeker namens de re-integratiecoaches, heeft het Register Specialistisch Casemanagement (RSC) gereageerd op de internetconsultatie met aanbevelingen vanuit de praktijk. Hoe leuk is het om als bestuurslid van het RSC op vrijdagmiddag van ZonMw een enthousiaste reactie terug te krijgen. Ze hebben de aanbevelingen met veel belangstelling doorgenomen en hebben ze doorgezet naar het ministerie van SZW. En ze roepen ons op mee te werken aan de verbeteringen van het tweede spoor.

Knelpunten tweedespoortrajecten

Waar liggen nu de knelpunten in het tweede spoor? De beleidsonderzoekers noemen de volgende punten:

  • Van preventie komt nog onvoldoende terecht. Goede preventie voorkomt tweedespoortrajecten.
  • Men wacht te lang met de start van het tweede spoor. Conform de ‘poortwachter’ beleidsregels start spoor 2 voor de eerstejaarsevaluatie, tenzij duidelijk is dat binnen drie maanden reële werkhervatting in spoor 1 mogelijk is.
  • Werkgevers vinden de tweedespoortrajecten erg kostbaar en veelal weinig resultaat opleveren. Een traject wordt vaak alleen ingezet om een loonsanctie van het UWV te voorkomen.
  • Bij ziekmeldingen spelen vaak andere zaken naast ziek zijn een rol. Arbodiensten bekijken vaak alleen de ziekte van de werknemer.
  • De informatie over tweede spoor, rechten/plichten en (financiële) vooruitzichten voor werknemers schiet tekort.
  • De werknemer is veelal gehecht aan zijn huidige werkgever en functie. De werknemer moet een rouwproces door voordat er ruimte komt voor het zoeken van een baan buiten het eigen bedrijf.
  • Onvoldoende benutting van stages /werkervaringsplaatsen/ detacheringen (onbekendheid bij werkgever en werknemer).
  • Werknemers nemen een volgende rol in en nemen niet zelf de lead. Ze kennen het financiële belang van werken niet en verwachten dat de werkgever wel voor hen zorgt of dat er altijd wel een overheidsuitkering is.
  • Te weinig wederkerigheid: werkgevers willen wel een zieke werknemer elders plaatsen, maar andersom niemand terugnemen. Er is ook angst voor nieuwe uitval waardoor werkgevers terughoudend zijn.

De genoemde knelpunten zijn voor elke casemanager herkenbaar en vanzelfsprekend. We kunnen als beroepsgroep bijdragen om de effectiviteit van re-integratie tweede spoor te verbeteren. Daarom heeft het RSC diverse aanbevelingen ingebracht bij de internetconsultatie. Een aantal van deze aanbevelingen deel ik graag in deze blog. Een uitgebreidere toelichting en een compleet overzicht van de aanbevelingen zijn te lezen bij de reactie op de internetconsultatie.

No-riskpolis voor kandidaten tweede spoor

We zien dat de re-integratiekandidaten tweede spoor overal net buiten vallen. Ze vallen niet in het doelgroepregister banenafspraak. Ze vallen niet onder de mogelijkheden die de Participatiewet biedt. Er gelden geen loonkostensubsidies. Maar het grootste probleem is dat er geen antwoord is op de onzekerheid van een potentiële nieuwe werkgever: wat gebeurt er als deze mensen opnieuw ziek worden? De eerste aanbeveling is dan ook dat er ook voor de tweedespoorkandidaten recht moet zijn op no-riskpolis. Bijkomend voordeel: voor de groep mensen die vanuit een tweede spoor ongeveer evenveel kan verdienen, is er geen belang meer om naar de WIA-keuring te gaan.

Duidelijkheid over de re-integratieroute

Als de kansen in spoor 1 nog onvoldoende concreet zijn, wordt een duaal traject gevolgd. Dit leidt tot onduidelijkheid en bovendien blijft de werknemer zo hopen op terugkeer bij de oude werkgever. Het is dus belangrijk duidelijkheid te geven over de re-integratieroute in een gesprek tussen de casemanager, de spoor 2 re-integratiecoach, de arbeidsdeskundige, werkgever en werknemer. Een gesprek over waar gaan we naar toe en wat is de meest kansrijke route. Om daar vervolgens vol voor te gaan. Samenwerking tussen de ketenpartners is essentieel bij dit gesprek. Dit gesprek zou voor de eerstejaarsevaluatie gevoerd moeten worden en vastgelegd moeten worden bij de eerstejaarsevaluatie.

Eerder inzetten van arbeidsdeskundige en vroegtijdig inzetten van spoor 2

Soms is al snel duidelijk dat een werknemer niet terug kan keren in het eigen werk. In dat geval zou  direct de arbeidsdeskundige rapportage opgesteld kunnen worden en met een tweedespoortraject gestart kunnen worden. Het punt is echter dat werkgevers hiermee wachten, omdat het UWV verwacht dat het tweedespoortraject tot einde wachttijd continu volop ingezet wordt. Als je al in maand 3 start met spoor 2 en dat volmaakt tot einde wachttijd, dan wordt dit een kostbare zaak. We vinden het logischer dat het UWV bij de poortwachtertoets beoordeelt dat het traject minimaal 6 of 9 maanden intensief gelopen heeft, tot het punt dat de werknemer zelfstandig zijn zoektocht naar een baan verder kan doorzetten.

Ook is het inzetten van scholing belangrijk voor een succesvol tweedespoortraject. Advies dat we daarbij gegeven hebben is om de omscholing duidelijker in de poortwachterwetgeving te integreren met speciale spoor 2 scholingssubsidies voor bijvoorbeeld een cursus Nederlands, computercursussen etc.

De Tweede Spoor Banenafspraak met positieve financiële prikkels

Werkgevers stellen niet snel een werkervaringsplaats beschikbaar voor derden. Ze houden de werkzaamheden liever beschikbaar voor eigen werknemers die passend werk moeten verrichten. Maar onderlinge uitwisseling waarbij kandidaten tussen werkgevers rouleren, kan juist heel stimulerend werken. Met een Tweede Spoor Banenafspraak (onderlinge rouleringen) kan het interessanter worden voor werkgevers om een werkervaringsplaats beschikbaar te stellen. Met uiteraard de Ziektewetvangnetregeling als de nieuwe werkgever besluit om de werknemer te behouden. Op regioniveau kan er voor deze Tweede Spoor Banenafspraak een CV Vacaturebank ingericht worden.

Er liggen ook kansen voor werkervaringsplekken binnen sociale werkbedrijven. Op deze manier komen er grotere niveauverschillen binnen de sociale werkbedrijven, waardoor het aannemen van grotere, meer ingewikkelde opdrachten eenvoudiger wordt. Door de werkervaringsplekken gaan de tweedespoorkandidaten weer aan de slag en blijven ze in het arbeidsritme.

Snellere instroom in de doelgroep banenafspraak

Er is ook bij de tweedespoorkandidaten een kwetsbare groep waarvan bekend is dat ze zonder speciale aanpak niet meer aan het werk komen. Denk aan personen met ernstige beperkingen vanuit  niet aangeboren hersenletsel of ASS. Mensen met marginale mogelijkheden die niet meer zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen zouden eerder moeten kunnen instromen in de doelgroep banenafspraak. Ook als ze op dat moment nog een werkgever hebben.

Werken is de beste sociale zekerheid

Wat vind ik het geweldig om met deze aanbevelingen namens het RSC de register-casemanagers en re-integratiecoaches te vertegenwoordigen. Onze focus is immers om de regie te nemen om zo snel als mogelijk de werknemer binnen zijn of haar mogelijkheden te plaatsen in arbeid. Arbeid geeft structuur en sociale contacten maar ook financiële zekerheid. Ik zeg het al jaren: werken is de beste sociale zekerheid. Stel ieders talenten centraal en niet de beperkingen.

Het ZonMw-programma biedt ruimte om te experimenteren om verbeteringen tweede spoor te realiseren. Mijn oproep voor iedereen die dit leest: neem initiatief als je goede ideeën hebt voor experimenten en dien daarvoor een subsidieverzoek in.

1 Reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *