Dit is een oud nieuwsbericht. De inhoud kan inmiddels achterhaald zijn door recentere ontwikkelingen.
Uitgelichte opleidingen:

Arts + arbeidsrechtelijk domein= bedrijfsarts

De afgelopen weken heb ik prachtige meningen over de nieuwe beleidsregels van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) voorbij zien komen. Zo geeft een advocaat arbeidsrecht aan dat een beetje ongehoorzaamheid best wel mag; het zijn immers maar beleidsregels van een AP die iets te ver uit zijn hok is gekomen. Ik denk dat deze boodschap een grote groep professionals aanspreekt en tal van volgers gaat krijgen. Maar of de AP daarom de regels zal aanpassen en versoepelen, betwijfel ik. Het is ook de vraag of hierdoor een versoepeling van de handhaving zal plaatsvinden.


Daarnaast is er een arts en docent arbeidsrecht die een aantal fouten in de verwijzingen en interpretaties door de AP aan de kaak stelt en oproept op tot een dialoog. Hij vraagt de AP uit haar ivoren toren te komen en met de partijen aan tafel te gaan om zo tot een meer werkbaar model te gaan komen. Voor veel professionals is de oproep tot een dialoog te passief en is er te weinig match met de dagelijkse gang van zaken in het werkveld.
Zo waren er ook lezers van mijn vorige blog die vinden dat ik niet flexibel genoeg ben omdat er de beleidsregels gebaseerd zouden zijn op ‘open normen’ en er daarom best ruimte is voor de ‘best practice’. Ik zou mezelf er te makkelijk vanaf maken door geen persoonlijke mening te geven. Lieve lezers, er is helaas geen sprake van ‘open normen’. Sterker nog, niet alleen de AP zal onverminderd stringent handhaven, de bestuursrechter bevestigt dit zoals uit een uitspraak van 15 december 2016 blijkt. In het kort was de kwestie de volgende:

Naar verzoekster op zitting heeft toegelicht houdt het door haar gevoerde proactieve verzuimbeleid in dat bij een ziekmelding (verzuimverlof) van een werknemer door de betreffende leidinggevende wordt gevraagd om aan te geven welke werkzaamheden hij of zij nog wel kan doen. De leidinggevende stelt daarvoor aan de zieke werknemer een aantal vragen om te beoordelen of aangepast of vervangend werk mogelijk is en welke werkzaamheden het herstel van de werknemer kunnen bevorderen. Zo kan bijvoorbeeld een werknemer met een gebroken been of arm of met een sportblessure geen cliëntenzorg meer uitvoeren maar kan hij nog wel administratief werk doen. In die gevallen bekijkt de leidinggevende in welke mate de werknemer beperkt is in het uitvoeren van de werkzaamheden. Deze werkafspraak met de zieke werknemer ‘vertaalt’ zich volgens verzoekster in het registreren in het verzuimsysteem van een verlaagd beschikbaarheidspercentage. Bij kortdurend verzuim ziet verzoekster doorgaans geen reden om de bedrijfsarts in te schakelen.

Volgens de rechter is dit in strijd met art 16 Wbp en wordt AP dus in het gelijk gesteld. Voor geïnteresseerden die het hele stuk willen lezen, zie ECLI:NL:RBME:2016:6795

Zoals gezegd, verwacht ik dat geen van genoemde oplossingen er snel voor zullen zorgen dat de AP haar spelregels gaat aanpassen. Eerder zal de AP haar vleugels nog verder gaan uitslaan, denk hierbij aan het verbieden van de registratie van niet-verzuimende werknemers in verzuimsystemen. Daarnaast zullen zij de partijen nog meer gaan wijzen op de praktijken die juist tot het aanhalen van de regels en het verscherpen van toezicht en sancties hebben geleid. Extra gesterkt door de uitspraak van de rechter, zal de AP gaan ingrijpen in situaties waar de leidinggevenden als benoemd casemanager binnen het eigen-regiemodel met verzuimverlof zelf beoordelen wat een werknemer nog wel of niet kan doen (onder het motto van demedicaliseren) en verzuimverlof afgeven. Leidinggevenden die aan de hand van telefonische vragenlijstjes de diagnose stellen dat betrokkene ( de werknemer) niet ziek is en dus vakantiedagen moet opnemen. Veel, heel veel organisaties (met name in de semi-publieke en publieke sector) vinden dit tot op de dag van vandaag een prima functionerend model. Sterker nog, alleen al het laatste kwartaal van 2016 ken ik 2 grote zorginstellingen en een fikse publieke organisatie in het onderwijs die dit zogenaamde eigen- regiemodel hebben ingevoerd.

Wat is een eventuele tussenoplossing?

Stel dat we een formule bedenken, dan kunnen we controleren of die klopt. Even controleren: Leidinggevende/casemanager + arbeidsrechtelijk domein = bedrijfsarts? Nope, klopt niet, dus geen bedrijfsarts, dus geen bevoegdheid. Dus het werk van de bedrijfsarts gewoon door de bedrijfsarts laten doen en anders in taakdelegatie gaan werken. Speciaal hiervoor wordt met 7 punten duidelijk gemaakt wat de eisen zijn. Dit om te voorkomen dat straks de arbodiensten bijvoorbeeld allerlei arbo-verpleegkundigen tegen bedrijfsartstarieven zonder voldoende en afdoende kennis van de sociale wetgeving voor doktertje gaan spelen en arbeidsrechtelijk misperen. Even de formule opnieuw controleren: arbo-verpleegkundige + arbeidsrechtelijk domein = bedrijfsarts? Jammer nou, weer niet!

Toch moet de noot te kraken zijn en moet er een voor de AP kloppende formule te maken zijn. Een poging: bedrijfsarts + casemanager/arbeidsrechtelijk domein + 7-puntentoets = een AP-bestendige tussenoplossing? Het medisch deel is afgeschermd, ook voor de arts relevante complementaire kennis uit arbeidsrechtelijk domein is geborgd, de taakdelegatie geschiedt conform de richtlijnen, de registratie vindt in een afgeschermde omgeving plaats. Essentiële informatie zoals bijvoorbeeld aanvullende medische informatie of de expertise van de arbeidsdeskundige kan zonder schending van art 16 Wbp worden toegevoegd. Dit zou misschien een tussenoplossing kunnen zijn en daarnaast kan dan prima de discussie over de werkbaarheid en/of de herverdeling van de kosten gevoerd worden. Over die herverdeling van de kosten een volgende keer 😉

1 Reactie

  1. Waar je aan refereert is een uitspraak in kort geding in de Abrona zaak waarbij de werknemer zelf moest aanvoeren wat zijn verzuimpercentage was. Dat is bepaald geen best practice. Dat de beleidsregels van de AP niet in beton zijn gegoten bewijst de discussie die door de NVAB en OVAL is aangezwengeld. Op bepaalde punten lijken de beleidsregels veel strenger dan nodig. Discussie over dit soort zaken ≠ onzinnig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *